IndexHandbookMapGebruikerslijstRegistrerenInloggenGebruikersgroepenZoekenFAQ

Deel|

Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] di 29 dec 2015 - 21:50

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


De wind waaide ruig over de verlaten, kale vlaktes van Anderfels. In de het voorjaar en de zomer was dit een gebied vol leven en vreugde. Echter was daar nu weinig van over, alle vreugde had plaatsgemaakt voor een troosteloze leegte. Anderfels weerspiegelde het gevoel dat aan mijn ziel vrat perfect. Ik kon nog steeds de wanhopige kreten van buitgemaakte slachtoffers horen weerklinken in mijn oren; de angst die langzaam hun ziel verslond, stond voor altijd in mijn geheugen gebrand. Het schuldgevoel en de leegte verpulverden mij langzaam van binnenuit met ongekende kracht. Ik vocht het niet langer, per slot van rekening was het waanzin om ten strijde te trekken tegen de tientallen zielen van paarden die gestorven waren door mijn toedoen en nu wraak namen op mij. Er was geen enkele remedie die mijn ondragelijke pijn kon verzachten; ik had het over mezelf afgeroepen toen ik mijn emoties uit mijn systeem had verbannen.

Intussen hadden diepgrijze wolken zich samengepakt boven het Anderfels en vielen dikke, kille druppels vocht uit de onheilspellende hemel, een deel daarvan werd als bommen met veel geweld op mijn wintervacht gebombardeerd. Het deed me echter helemaal niks; ik voelde het wel, maar de kou drong niet door tot in mijn zenuwen. In plaats daarvan was mijn hele lijf verdoofd, niet in staat om ook maar iets mee te krijgen van de omgevingsfactoren in de buitenwereld, die normaal gesproken wel invloed hadden op mijn doen en laten. Ondanks al dat, marcheerden mijn benen toch onverstoorbaar verder. Ik leek geen vat op ze te hebben, dus werd de route voor mij bepaald in plaats van andersom. Mijn hersenen namen niet de moeite om in actie te komen en de controle weer over te nemen, tot grote ergernis van een klein deel van mijn brein dat wél wakker en actief was.

Een zucht vormde zich in mijn vermoeide longen en werd vervolgens met veel tegenzin via mijn luchtpijp omhoog geduwd, waar het via mijn halfgeopende lippen zich een weg naar buiten baande. Ik was niet langer in staat om de schuld, die op mijn schouders rustte, te dragen. Het enige waar ik nu op dit moment naar snakte, was rust. En die rust zou ik alleen vinden als ik een einde aan mijn lijden zou maken. Dat betekende maar één ding. Ik slikte bij die gedachte. Was ik in staat om uit dit leven te stappen? Kon ik alles, of wat je daar dan onder kon verstaan, achterlaten wat me dierbaar was? Nee.. Maar om doorgaan was ook geen optie, niet meer. Mijn gedachten flitsten naar Faylice, de enige van wie ik onvoorwaardelijk hield en degene die ik tegelijkertijd zoveel pijn had gedaan. Het idee om haar alleen achter te laten was ondraagbaar, maar aan de andere kant zou ze het wel redden zonder mij. Ze had het de afgelopen maanden immers ook zonder mij weten te redden, het bewijst dat ze me niet nodig had om te overleven.

De tijd vloog voorbij als je diep in gedachten was, zo ook nu. Inmiddels had ik het de verlaten velden van Anderfels achter mij gelaten en was ik aangekomen bij de ruige kliffen van Orlais. In de verte was het woeste gebeuk van de zee hoorbaar. Een zilte zeewind blies in mijn bevroren gezicht, waaide daarbij de blonde lokken haar uit mijn ogen. Ik hief mijn hoofd naar de oplichtende hemel toen een lichtflits zich in de grond honderd meter verder boorde. Geschrokken bleef ik verstijfd staan, niet in staat om nog een stap te zetten. Mijn oren werden tegen mijn schedel gedrukt, uit angst en door wat er net was gebeurd. Ik verzamelde zoveel mogelijk moed en stapte weerbarstig door. Ik moest én zou het tot de top van de steile klif voor me maken. Tranen rolden intussen over mijn doorweekte, met modder besmeurde wangen, het viel enkel niet op door de neerdalende regen. De regen bleef op mijn bruin-witte, inmiddels smerige vacht inbeuken. Naarmate ik steeds hoger de klif opklom, werd de regen heviger, dichter, waardoor ik niet verder dan twintig meter zicht had.

Minuten verstreken terwijl ik mijn laatste meters maakte en bij het puntje van de klif was aangekomen, starend over de rand naar de uitzichtloze diepte van de inktzwarte zee. De afgrond weerspiegelde hoe ik mijn toekomst zag. Uitzichtloos en waardeloos. Enkel de dood kon mij nog een dienst bewijzen door mijn leven te nemen en me daarvoor in ruil de rust te geven waarnaar ik zo erg snakte. Het enige wat ik wilde was rust. Was dat soms teveel gevraagd? Ik sloot mijn oogleden en probeerde te genieten van mijn laatste minuten op aarde. Mijn gedachtes zweefden naar de zon, de maan, het hele Melkwegstelsel af, om te eindigen op de klif in BMH. Het land waar ik geluk had gevonden, maar de laatste tijd alleen maar verdriet en wanhoop. Ik zou er voor eens en voor altijd een einde aanmaken.

i'm watching myself drifting away
Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] di 29 dec 2015 - 23:14


Hoef voor hoef, stap voor stap, meter voor meter bewoog het roan-paarse lichaam zich voort. Elegant zoals dat haar kenmerk was. Een perfecte symfonie van spieren, gedirigeerd door de zenuwen die alle bewegingen nauwkeurig aangetrokken. Geschreven door haar hersenen die het schouwspel had gemaakt. Weer vloog een hoef soepel naar voren, waarbij haar achterhoef ver doortrok onder haar buik. Een zweefmoment volgde terwijl de grond onder Faylice doorschoof. Een kort, lichtvoetig contact voordat haar andere achterbeen zijn grip had gevonden om de volgende afzet te creëren en de volgende hoef omhoog en naar voren te laten schieten. Haar ranke hoofd in de richting van het Minanter, waar haar weg haar vanuit het Anderfels door het Orlais zou voeren.

Haar neusgaten stonden wijd open om al het zuurstof aan te pakken om het te vinden, haar hals hoger maar in verbinding met haar rug. Een grijze wolkenmassa had zich gevormd tot de hemel en liet het grijzige licht alle kleur uit het gebied trekken. Het duurde niet lang voordat er dikke druppels regen uit de lucht viel. Het liet de merrie echter niet tegen om nog een versnelling toe te voegen aan haar verheven draf, waarna ze besloot dat galop een beter plan was en minder energie zou kosten. Het water liet haar denken aan de zee die aan het Orlais grensde, de ziltige lucht die om het gebied heen hing en de eindeloze kliffen die zoveel charme hadden. Zelfs met dit weer.

Plots leidde haar gedachten naar Vestival, de hengst die haar hart had veroverd. Hij was als het water wat in een stuk gesteente zijn weg vond en daar alle kiertjes en gaatjes opvulde, en het een sterk geheel vormde. Totdat het water bevroor en het het gesteente uit elkaar liet spatten, zo ook was zijn hart tot meerdere keren bevroren geweest en had het catastrofale gevolgen gehad voor haar hart. En nu, nu haar hart enigszins weer aan elkaar was gelijmd wilde ze niet dat het zich nog eens zou herhalen. Maar ze was inmiddels sterker geworden, had hulp van Axis gekregen, meer voor haar vader, die haar treiterde op elke manier mogelijk maar het had gevolgen gehad op haar gehele toestand.

De grillige wind speelde wild met haar lange krullende manen terwijl haar galop zich doorzette, ergens was een vleugje geur te vinden van de hengst die zoveel met haar deed. Het liet haar hoofd zich heffen om de geur goed in zich op te nemen en te analyseren. Het was niet mogelijk, ze had hem inmiddels maanden niet meer gezien en toch was de geur zo bekend. Haar ogen zochten de horizon af, terwijl haar ranke, gespierde lichaam door de wind heen bleef ploegen. Een gestalte kwam in haar blikveld, ver weg, maar het contrast tussen het wit en bruin in de vacht was onmiskenbaar. Haar adem stokte, het was een rand van een cliff waar hij op stond. Haar ogen keken toe hoe hij naar beneden keek, en een herkenningspunt dook op van haar herinneringen. Ze had het vaak overwogen, maar je stond alleen op de rand van een cliff als je alleen was, en je keek alleen naar beneden als er bepaalde gedachten door je hoofd heen spookten.

Ze zou niet zonder hem kunnen, wetend dat hij nooit meer terug zou komen, het nooit meer goed zou kunnen maken. Wat had de hengst meegemaakt waar zij niks vanaf wist? Ze probeerde te schreeuwen maar de wind stond de verkeerde kant op, dit kon toch niet zijn einde zijn? Haar gegeven gift kwam in haar op, zou ze hem zo dan wel optijd kunnen bereiken?

Vastberaden zette ze zichzelf stil, ze zou het moeten kunnen. Haar oogleden sloten het zicht op de buitenwereld en focuste zich op de binnenwereld. Haar concentratie werd hoger terwijl ze haar ziel losmaakte van haar lichaam. De cliff was het volgende waar ze zich op concentreerde, terwijl ze zich Vestival voornam en de exacte plaats in de lucht waar haar ziel zich zou vertegenwoordigen. Even had ze succes en verscheen voor zijn neus. ’Waag het.’ was het enige wat de fluweelzachte stem kon uitbrengen voordat de wittige verschijning aan flarden werd gescheurd door de wind. Uiteindelijk hadden haar woorden slechts een fluistering gehaald, maar het zou genoeg zijn.

Een diepe hap adem was de eerste reactie die haar lichaam maakte van de intense concentratie die het had geleverd, de eerste keer dat haar ziel los was geweest van haar lichaam en het had nog mijlen aan oefening nodig, maar het was een begin. Ze gebruikte luttele seconden om te bekomen waarna haar achterhand geen moment twijfelde om aan te zetten in een rengalop zo hard als haar smalle lichaam zich kon verdragen de grillige wind om de afstand tussen haar en Ves verkleinen, en hopen dat het niet te laat zou zijn.





MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] wo 30 dec 2015 - 23:31

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


Mijn denktrant leek tussen twee werelden in te zweven, beiden onbereikbaar om er ook daadwerkelijk in te kunnen leven. Mijn ogen aanschouwden dingen, personen, waarvan het onmogelijk was dat ze hier op dit moment waren. Een schimmelmerrie zweefde voor mijn blikveld, haar diepblauwe ogen bleven mij zielloos aankijken, alsof ik onzichtbaar was voor haar. Een steek ging door mijn zwak kloppende hart, deze merrie was geen onbekende. Het was Adaline, mijn wijlen moeder. Ik wilde haar naam roepen, maar er kwam geen geluid uit mijn mond, enkel een onhoorbaar gegorgel. De verschijning van Adaline werd langzaam meegenomen door de huilende wind, ver weg van mij. Zo snel als dat ze gekomen was, was ze ook weer gegaan. Ik miste mijn moeder meer dan alles. Zij was de enige die mij op het goede pad kon houden, zonder haar als gids was ik verloren.

I’m here again
A thousand miles away from you
A broken mess, just scattered pieces of who I am
I tried so hard
Thought I could do this on my own
I’ve lost so much along the way

De wind trok aan mijn lange, blonde lokken en liet ze meedeinen op diens onregelmatige ritme. Mijn hoofd werd naar de duistere hemel gekeerd, terwijl mijn tweekleurige ogen werden gericht op de druppels die op mijn verdoofde huid neerstortten. De natuur weerspiegelde de situatie in ziel, één en al chaos. Het leven was niet eerlijk, nooit geweest ook. Maar zoveel pijn als dat ik had ervaren, was meer dan een hele kudde paarden bij elkaar ooit zou voelen. Altijd had ik een manier gevonden om uit de diepe dalen te klauteren, tot op de dag van vandaag. Ik had de wilskracht niet meer om te vechten tegen de immense hartenleed. Ik was zo moe - oh, zo moe. De eeuwig voortdurende strijd had zijn tol geëist op mijn lichaam. Ribben waren zichtbaar door mijn doorweekte vacht, mijn pupillen waren hun levendige, intense kleur verloren. Het vuur dat er altijd in had gebrand, was gedoofd door de druk van de tijd. Ik had simpelweg teveel verloren tijdens mijn levensloop.

“Waag het.”

Een schim, niet meer dan een doorzichtige verschijning, maar oh zo bekend. Ik zou haar zelfs nu nog herkennen. Faylice. De merrie die mij opnieuw een reden had gegeven om te vechten, om te leven en om lief te hebben. Ik staarde naar de schimmige verschijning, maar zodra ik met mijn ogen knipperde, was ze verdwenen. Had ik het me nou allemaal verbeeld? Nee, daarvoor voelde het te echt, het was wel degelijk de paarse roanmerrie geweest. Alleen had ik geen idee hoe of wat.
Intussen hadden mijn ogen hun weg gevonden naar het inktzwarte water dat woest tegen de steile klif beukte. Fay was hier nu niet om me tegen te houden voordat ik iets stoms deed. Ik was op mezelf aangewezen, alleen ik kon de keuze maken die de rest van mijn leven zou bepalen. Op dit moment koos ik ervoor om uit het leven te stappen.

De geest van Adaline verscheen weer voor mijn ogen. Dit keer was er wel emotie te zien op haar gelaat, ze glimlachte vriendelijk en wenkte, wilde dat ik haar zou volgen. Ik wilde niets liever dan dat, om herenigd te worden met mijn moeder en te vertrekken naar een ver oord waar ik geen niet meer hoefde te lijden. Maar was ik wel in staat om die stap ook daadwerkelijk te nemen? Om Faylice voorgoed achter te laten? Daar durfde ik geen antwoord op te geven, misschien had ik daar ook wel geen antwoord op. De eindeloze duisternis lokte, probeerde me met al zijn kracht te trekken naar de diepte zonder einde. Ik was niet meer in staat, wilde niet meer, ertegen ten strijde te trekken. Het was goed zo.

“Vaarwel, Faylice. I’m sorry..” fluisterde ik in de wind, in de hoop dat ze mij op de één of andere manier toch kon horen. Met mijn oogleden gesloten nam ik de laatste stap en liet de zwaartekracht zijn werk doen. Mijn lichaam maakte een duizelingwekkende val de diepte in, waarna het met een klap de zee aantikte. Ik verdween uit het zicht van de klif, werd steeds dieper het donkere water ingetrokken. This was it..

i'm watching myself drifting away

Luister dit terwijl je leest: https://www.youtube.com/watch?v=8Uw8mIcQJn8

Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] do 31 dec 2015 - 0:19


De grond kwam tekort met de snelheid die Faylice haar hoeven aflegde. Het smalle, maar o zo sterke en gespierde lichaam had zich dichter bij de grond gevestigd om haar benen nog meer ruimte te geven. Vlokken aan modder en stenen werden woest naar achteren gegooid, de grond vertrappeld achter gelaten met diepe kuilen die haar hoeven in hadden gegraven. Haar tanden waren zichtbaar van de moeite die ze moest doen om dit ongekende tempo te halen en vol te houden. Haar spieren rolde onrustig onder haar glanzende vacht door, haar staart leek bijna achter te blijven in de lucht. Haar manen waren strak naar achteren getrokken door de wind die dat zo had gevormd.

Haar zo heldere blauwe en zo troebele witte oog vormden het ultieme contrast. Het witte oog had nooit functie gehad totdat zij deze gift had gekregen, vanuit daar zou ze haar ziel kunnen leiden. Er had zich vocht opgehoopt in haar ooghoeken, de wind nam het mee in de rest van de chaos die dit weer met zich meebracht. Inmiddels was haar vacht kletsnet geworden, van het zweet die zich begon te vormen door de uitzonderlijke inspanning tot de regen die geen minimeter oversloeg.

Faylice keek toe hoe haar poging had gefaald, ze was nog niet goed genoeg geweest om hem te overtuigen en het stak in haar onderbewustzijn. Ze moest beter worden, en als ze het eerder had gedaan had ze hem misschien kunnen redden. De tweekleurige hengst staarde nog steeds naar beneden, het liet haar automatisch denken aan een leven zonder hem. Ze kon het zich amper voorstellen. Meer tranen werden achtergelaten in de onophoudelijke regen. Vestival had haar gesteund toen ze het nodig had, had haar ervan weerhouden een einde te maken aan haar leven toen ze het maar al te graag wilde. Maar ook had hij haar verlaten toen ze hem nog harder nodig had. Ze had een veulen van hem gehad die was vermoord door haar vader en Vestival was pleite geweest. Toch kon ze er niet aan denken hem te moeten missen, de haat-liefde relatie tussen hen was op een of andere manier sterker dan ooit.

’Vestival!’ Zette ze haar schreeuw op waarbij ze het uiterste puntje van haar longen gebruikte. Ze had wind tegen, hoe hard ze ook schreeuwde, hij zou het niet horen. Haar neusgaten sperde zich nog verder open bij de ademnood die haar schreeuw had veroorzaakt, het zou alleen kostbare zuurstof verspillen.

Even werd haar mind gevoelloos toen ze de hengst de stap zag zetten. ’ “Vaarwel, Faylice. I’m sorry..” Droeg de wind met zich mee, het was de kleinste vleug van geluid, maar het was te bekend om het niet te horen. Haar gedachten vielen stil, waar alleen maar haar galop weerklonk in haar zo stille hoofd die nog nooit eerder was stilgevallen. De omgeving vertraagde om haar heen terwijl de volgende sprong werd voorbereid om de volgende meters te maken. ’Neeeeeeeeeeeee.’ Schreeuwde ze nog uit volle macht, maar de verbinding tussen de grond en de hengst was al verbroken.

Een doffe klap volgde zich, kort nadat ze Ves zag vallen. Het roanpaarse lichaam vouwde zich op, naar een paadje die naar beneden zou leiden, op een iets minder catastrofale wijze. Stenen schoven onder haar hoeven door terwijl ze meer van de helling afgleed dan liep. Daar lag het levenloze, tweekleurige lichaam van de hengst wie ze zo koesterde. Ze suiste ernaartoe, haar tranen die in haar kletsnatte vacht vloeide. Haar twee hoeven die met volle kracht op zijn borstkas stompte. ’Klootzak.’ Schreeuwde ze tegen de hengst, waar er niks over was van haar zachte stem. ’Nee, nee, nee dit kan het niet zijn, nee!’ Waar ze maanden geen emoties had getoond leek het nu alle dijken door te breken.

Haar voorhoeven landde nogmaals op de zijkant, hopend dat het iets zou doen, ze kon hem niet verlaten. En daar liet ze haar ziel los, die half boven haar zweefde, ze kon niet zonder hem. In haar waanzin kon ze nog opkijken, maar zijn ziel was er niet. Ze richtte zich weer op het lichaam onder zich en sprong nog een keer op. ’Alsjeblief.’ Sprak ze nog, haar stem zo zacht maar beschadigd als een haperend veertje.




MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] vr 1 jan 2016 - 0:49

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


Het was bijna voorbij. Mijn gedachten waren net zo leeg als sneeuw. Verdoofd. Het lei-gekleurde water leek op een eindeloos, donker gat, proberend me op te slokken in diens duistere greep. Ik liet mijn lichaam slap hangen een seconde te lang en begon te vallen richting het ijskoude zeewater. Met de snelheid waarmee ik viel, voelde het aan als beton. Een snelle dood. Maar toen zag ik woedende wolken in de verte en keerde de tij van mijn gedachten. Ik was er zeker van dat ik een glimp opving van Fay’s stormachtige, tweekleurige ogen en ik dacht dat ik haar gezicht kon zien boven de waterspiegel. De wind fluisterde tegen mij. “Not yet.” Het was de vasthoudende toon in haar prachtige stem die mij aangespoorde om de strijd nog niet op te geven. Mij eraan herinnerend waarom ik nog steeds hier was en wat me nog te doen stond. Automatisch begonnen mijn spieren te werken. Meter voor meter klom ik dichterbij het wateroppervlak. Het kille gevoel in mijn hart begon op te warmen, zich uitend in hoop en vastberadenheid.

De schade die de val had aangericht was ongekend, waardoor ik amper de kracht had om mijn hoofd boven water te krijgen en te houden. Toch gaf mijn geest de strijd nog niet op, dat was ik Faylice verschuldigd. Ik zou niet sterven zonder een poging te wagen om de oorlog tegen mijn eigen gedachtegang te winnen. Mijn uitgeputte, gewonde lijf dacht daar echter anders over. De vitale organen in mijn lichaam hadden schade opgelopen. Mijn darmen lagen stil door het lange vasten, mijn longen zaten vol slijm door de slechte gezondheid waarin ik verkeerde en de rest van mijn lijf was gewoon bekaf. Ze hadden geprobeerd om mij zolang als mogelijk was in leven te houden, maar als mijn geest zelf niet wilde dan hield het op. Ik was te zwak om mijn ogen te openen of ook maar iets te horen. Ik bungelde op het randje van leven en dood. Nog nooit was ik er zo slecht aan toe geweest. Traag zonk ik steeds verder af naar de onbekende dieptes van de oceaan. Als een slappe lappenpop gaf ik mezelf over aan de golven, niet in staat te bewegen, verlamd door mijn eigen geest. De vastberadenheid van zonet was als sneeuw voor de zon verdwenen en had plaats gemaakt voor het lege gevoel dat aan elke cel van mijn lichaam vrat. Mijn longen stonden op knappen, nog even en ik zou een verschrikkelijke verdrinkingsdood tegemoet gaan. Het deed me echter vrij weinig, eigenlijk helemaal niets. Ik accepteerde mijn lot.

Als een gewillige slaaf deinde ik mee op het ritme van de golven en liet me meevoeren naar open zee. Wat ik daarentegen niet in de gaten had, was het feit dat ik met elke golfslag dichterbij de kust kwam. Op een gegeven moment werd het rustgevende gedein van de golven verruild voor het zachte, kietelende zand van het strand. Een gestomp tegen mijn borstkas ving een klein deel van mijn aandacht, ondanks dat ik voor het grootste deel bewusteloos was. Ergens in de verte galmde een stem richting mijn oren. “Klootzak.” Die stem herkende ik uit duizenden, zelfs nu ik in een haast comatische toestand verkeerde. “Nee, nee, nee dit kan het niet zijn, nee!” Een tweede stomp op mijn borst volgde. Daarna niks anders dan stilte. Een oorverdovende, tandenknarsende stilte. Minuten verstreken zonder enig verbaal teken van haar aanwezigheid. De hoop die zonet nog mijn hart had verwarmd, was weggesijpeld met haar laatste woorden. Dit was dus toch mijn einde.

Mijn hart bevond zich in een vlammenzee, die me ieder moment kon verzwelgen. Ik probeerde te hinniken, of in ieder geval een geluid uit te stoten. Door één of ander iets kon ik dat gewoon niet. Mijn uitgemergelde, bebloede lichaam bevond zich in volmaakte perfectie van stilstand. Alleen het licht op en neer gaan van mijn ribbenkast was het enige waarneembare teken die aangaf dat ik nog leefde. Mijn holle, levenloze ogen waren gesloten, maar waren in gevecht met mijn oogspieren in de hoop om ze te kunnen openen. Gelukkig was ik niet volledig van de wereld afgesloten, mijn gehoor deed het nog prima. Gek was dat eigenlijk; ik balanceerde op de rand van leven en dood, maar ik was me van alles om mij heen bewust. Het enige wat defect was aan mijn lijf, waren mijn ogen.

Een uur lang vocht ik voor mijn dierbare leven - dat dierbare deel was mij net pas duidelijk geworden. Ik merkte dat ik met elke voort tikkende minuut een deel van mijn kracht terugwon. Misschien dat ik nu in staat was om mijn oogleden op te tillen. Met veel moeite ging dit proces gepaard, maar het lukte me. Langzaam opende ik mijn tweekleurige ogen, blauw en groen. Nog steeds stonden ze dof en levenloos, maar een nieuw vuur was aangewakkerd in mijn binnenste. Het heldere licht van de hemel verblindde mijn zicht tijdig, maar algauw namen mijn pupillen het silhouet van een paarse merrie waar. Mijn witte, fluwelen lippen vormden moeizaam woorden. “Het.. spijt me.. Fay.” waren de woorden die het eerst over mijn tong rolden. Een traan viel vanuit mijn ooghoek naar beneden en liet daarbij een pad achter op mijn wang. Meer kreeg ik momenteel niet eruit geperst. Ik bleef naar Faylice staren, bang voor een woede-uitbarsting of een hele preek.

i'm watching myself drifting away

893 woorden, maar wel flut xD
Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] vr 1 jan 2016 - 13:16


Elk enkel haartje die uit de vacht van de roanpaarse merrie bestond trilde onophoudelijk. Haar spieren die nog aan het bijkomen waren van de mega inspanning die ze hadden geleverd barstte alweer van de energie. Haar hoeven stonden gekluisterd aan de grond, met energie die nergens naartoe kon. Het kletsnatte lichaam van de hengst lag bijna levenloos voor haar neus. Een zucht van opluchting ontsnapte van haar lippen toen ze zijn borstkas na een paar minuten heel lichtelijk omhoog zag gaan. Hij had de grootste klap overleefd, nu moesten zijn organen het oppakken, en het allerbelangrijkst: zijn wil.

Een woede laaide op vanuit haar ziel, hij had in vergelijking met haar zo weinig mee gemaakt en toch had hij zichzelf zo zielig bevonden dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Tenzij er wat gebeurt was in de tijd dat ze andere dingen had ontdekt. Het liet haar heel iets kalmeren, ondanks dat ze het zelf niet het egoïsme zou hebben om zoiets te doen. Van binnenin voelde ze een warmte verspreiden, het zou haar natuurlijke mechanisme zijn die haar kouvattende lichaam probeerde verwarmen. Maar de vlammen van woede die in haar ziel speelde zouden daar ook mee te maken hebben.

Faylice haar ogen staarde bijna wanhopig naar de hengst, ze kon zo weinig doen terwijl er zoveel moest gebeuren. Ze liet zich langzaam door haar benen zakken, haar buik voelde het kille zand aan wat haar even liet rillen. Ze stak haar nek uit om haar neus naar voren te laten komen en legde het tot rust op de hals van Vestival. Haar ogen gleden omhoog naar waar de kilff zijn einde vond en liet het de pad volgen die de hengst had afgelegd. Haar lippen kroelde onbewust onder de klitterige manen terwijl haar gedachten overuren draaide.

Haar benen strekte zich uit terwijl ze zacht wat zand over zijn vacht deed strooien, waarna ze het met haar zachte neus weer weg veegde. Het liet zijn vacht net iets sneller drogen, het was immers winter en onderkoeling lag altijd op de loer. Gelukkig hing de klif over zodat ze droog en enigszins beschut van de wind lagen. Fanatiek bleef ze het ritueel herhalen, maar de zachtheid van haar strelen werd niet onderbroken. Minuten schoven voorbij, seconden leken uren te duren terwijl haar nog stomende lichaam langzaam droog werd.

De kleinste beweging van de hengst die zoveel betekende voor haar liet haar direct opkijken. Zijn ooglid vormde niet langer meer een barricade voor zijn prachtige oog waar ze direct in verzonk. ”Het.. spijt me.. Fay.” Waren de eerste zwakke woorden die hij uit wist te brengen, als de hengst maar niet zou denken dat het met die woorden klaar zou zijn. Haar neus ving de traan op terwijl ze die voorzichtig weg deed vegen. Faylice had een tweestrijd gaande in het ranke hoofd, ze wilde voor hem zorgen, zeker weten dat hij het zou halen maar aan de andere kant haatte ze hem voor zijn egoïsme. Het liet haar opstaan, wat haar inmiddels stijve spieren goed deed. ’Focus je niet op woorden, liever op je herstel.’ Het intieme moment was over, de haperende zachtheid was niet veranderd, maar de afstand was daar. Ze zou niet meer zo zwak zijn om uit pure woede te handelen, ze zou hem geen preek geven. Daar was de tweekleurige hengst veel te zwak voor. Haar hoeven bereikte het ijskoude water, de golfjes beukte zo hard als ze konden, maar hadden geen enkel effect.

Meerdere minuten gingen voorbij, waar Faylice haar ogen op de stormachtige horizon had liggen. Haar hoofd draaide zich. ’Kan je je hoofd optillen?’ Bij de tijd zou hij het moeten kunnen, en vanuit daar zou hij kunnen staan, eten en zou hij kunnen overleven.





MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] vr 1 jan 2016 - 23:40

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


De muisgrijze wolken waren gestopt met huilen, waren grotendeels verdwenen en hadden plaatsgemaakt voor een zwak zonlicht dat door het wolkendek probeerde te breken. Een deel van de zonnestralen raakte mijn kletsnatte, ijskoude vacht en ondernam een lukrake poging om mijn huidcellen op te warmen. De zon alleen had te weinig kracht om de bevroren, verdovende leegte in mijn gebroken, moegestreden ziel nieuw leven in te blazen. Er was meer - veel meer - nodig om mij weer de wilskracht te geven om door te gaan. Een deel daarvan zou ik zelf moeten herontdekken, terwijl het andere gedeelte vanuit de omgeving moest komen. Ik moest opnieuw leren om van de wereld te houden, om weer van mezelf te leren houden beter te verstaan. Het piepkleine stukje van mijn hart dat nog hoop had gehouden, was een zekere verdrinkingsdood tegemoet gegaan toen ik van de klif was gesprongen.

Een bescheiden tinteling kroop vanuit een bepaald punt op mijn huid via mijn zenuwstelsel naar andere delen van mijn lichaam. Ondanks dat het kietelde wilde ik niet dat het stopte, wetend dat het niemand minder dan Faylice was die de tintelingen veroorzaakte met haar fluwelen snuit. Ik had geen flauw benul van wat voor handeling ze precies uitvoerde, maar mij hoorde je niet klagen. Met enige moeite lukte het me om mijn ogen opnieuw te openen en toegang te verschaffen tot het daglicht en de gedaante van de roankleurige merrie waar ik zoveel van hield. Zelfs nu, in deze barre toestand, begon mijn halfdode hart sneller te bonken in mijn beurse borstkas. Zij was één van de redenen, maar waarschijnlijk de hoofdreden, dat ik nu nog in leven was, in weerwil van mijn recente zelfmoordpoging. Zij was het licht aan het eind van de donkere, ellenlange tunnel waarin ik momenteel verkeerde. Zonder het te beseffen had ik zojuist één van de redenen gevonden waarom ik moest vechten voor mijn leven.

“Focus je niet op woorden, liever op je herstel.” hadden haar woorden in mijn gehoorgang geklonken met de bekende zachtheid in haar stem, maar met een bepaalde mate van afstand die ik diep van binnen volkomen begreep en tegelijkertijd haatte. Ik had tenslotte zelf over me afgeroepen door te springen, had enkel aan mezelf gedacht op dat moment en was haar volkomen vergeten terwijl ik zo opging in zelfmedelijden. Ze stond in haar recht om mij te verafschuwen en te haten. Zoals ze daar stond aan de rand van de woeste, ontembare zee, starend naar de stormachtige skyline, vergat ik voor een luttele seconde de hele wereld en alle problemen.

“Kan je je hoofd optillen?” Ik werd hard uit mijn dagdroom gerukt door haar plotselinge woorden die volkomen onverwacht waren aangekomen. Zonder verder er tegenin te gaan, deed ik gewillig wat ze me vroeg en verrichtte de handeling met veel moeite, maar ik slaagde er uiteindelijk wel in. Steunend op mijn goede schouder, richtte ik mijn intense ogen op die van haar. “Ik ben egoïstisch geweest door van die klif te springen zonder een tweede keer na te denken. Maar op dat moment zag ik geen andere uitweg.” begon ik, haar nog steeds aankijkend zonder los te laten. Mijn pupillen verwijdden toen de overbekende beelden van mijn buitgemaakte slachtoffers voor mijn netvlies als een horrorfilm werden afgespeeld. Ik begon zwaarder te ademen en zweet brak uit alle poriën die mijn lichaam rijk was. “Die afgrijselijke beelden… Ze zullen nooit verdwijnen… Het is mijn schuld.. Het is allemaal mijn schuld.” mompelde ik, langzaamaan wegglijdend in een soort van psychose. Mijn blik was inmiddels op het zand onder me gericht, mijn pupillen compleet verwijd tot het uiterste terwijl ik moeite had met ademhalen. “Het houdt nooit op!” hijgde ik, de wanhoop nabij. Ik verloor mijn grip op de realiteit, vergat Faylice en de omgeving waarin ik me bevond compleet. Ik was nu alleen met mijn demonen, terroriserende nachtmerries en mijn ondragelijke schuldgevoel. De verleiding om alles uit te schakelen was gevaarlijk aanwezig. Ik moest hier weg, wegrennen was mijn enige optie. Ik wilde niet opnieuw in dat afgrijselijke monster veranderen. Zonder nadenken probeerde mijn spieren mijn benen overeind te krijgen, maar werden gehinderd door het gebrek aan kracht. Verwilderd keek ik in het rond, zoekend naar een andere oplossing, maar toen ik tot de realisatie kwam dat er geen nabije oplossing was, raakte ik nog verder in paniek. Het geschreeuw in mijn brein werd met de minuut erger en harder. Ze kwamen met tienen, nee, duizenden tegelijk, allemaal met maar één doel voor ogen. Mij ruïneren tot er niks meer van mij over was. Ze zouden niet rusten voordat ik het loodje had gelegd.

i'm watching myself drifting away
Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] za 2 jan 2016 - 22:42


Faylice haar kijkers stonden op de horizon gericht terwijl het water zacht tegen haar hoeven aan beukte. Hoewel het gestopt was met regen en er een waterig zonnetje door aan het breken was, was het op zee nog stormachtig. Haar ogen keken toe hoe de golven keer op keer hun ontstaan wisten te vinden. De witte koppen vormden zich op elke vorm voordat ze tegen elkaar sloegen, of met grof geweld op een klif. Het was een prachtig ritueel. Met iets dat zo waardevol was –water-, wat zo woest kon zijn dat het een gevaar kon vormen. Water was mystiek, iets waar je met een soort van haat en liefde mee moest leven.

Het roankleurige lichaam draaide zich direct om toen de hengst begon te praten. De hoeven stapte met enige zekerheid op het veilige, droge zand vanuit het ijskoude water. De hengst was iets rechterop gaan liggen maar maakte nog geen goede indruk. “Ik ben egoïstisch geweest door van die klif te springen zonder een tweede keer na te denken. Maar op dat moment zag ik geen andere uitweg.” Ze staarde hem droogjes aan. Het was de bittere waarheid maar ze wist dat het nu niet handig was om er in op in te hakken. Ze stapte door toen zijn ogen vergrootte, hij zag de beelden. Welke beelden dat in godsnaam waren was onbekend, maar als die ertoe leidde dat hij van de klif af zou springen dan waren ze heftig. “Die afgrijselijke beelden… Ze zullen nooit verdwijnen… Het is mijn schuld.. Het is allemaal mijn schuld.” Haar lichaam had zich inmiddels naast die van Ves geplaatst. “Het houdt nooit op!” Ze keek toe hoe hij verder wegzakte, en even zuchtte ze even. Haar ranke neus vormde even een brug tussen haar en zijn hals maar hij was te ver weg. Gepijnigd keek ze toe, wetend hoe heftig ze waren, wetend hoe vernietigend ze konden zijn. Ze draaide haar hoofd terug en liet het daarna terugveren naar het hoofd van Ves. Een klap volgde waar ze het kleine luik had gevonden om hem eruit te halen.

Haar longen hapte lucht terwijl ze zich opmaakte voor de zinnen die ze zou maken, die zelfs bij haar nog zwaar vielen. ’Nee Ves, het houdt nooit op.’ Terwijl ze haar ogen in die van de hengst vestigde. ’Die van mij zijn ook nooit opgehouden, en dat zullen ze ook voor de eeuwigheid nooit doen.’ Ze zweeg even en verdrukte de beelden die haar nog altijd deden stalken. ’Ik leerde ermee leven, en jij gaat het ook doen.’ Ging ze verder, vastberaden terwijl ze hem doorklievend bleef aankijken. ’Je denkt misschien dat ze je wat kunnen doen, maar alleen jij kan dat bij jezelf.’ Haar eigen ervaring sprak hier boekdelen terwijl haar stem onbewust veranderde. ’Jij laat ze toe, omdat je denkt dat je te zwak bent om ze te kunnen weerstaan, maar je bent nooit te zwak Ves.’ Een traan vond een weg naar beneden, het deed haar meer pijn dan ze wilde om hem zo te zien. ’Nooit te zwak, Ves.’ Herhaalde ze nogmaals, en daarmee legde ze de nadruk op dat laatste zindeel, terwijl haar ogen vastgekluisterd zaten aan die tweekleurige ogen van hem.





MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] zo 3 jan 2016 - 21:36

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


Het was nacht, de halve maan stond halverwege de duistere hemel. Het zwakke licht dat de maan voortbracht, scheen op de vacht van mijn bruin-witte Andalusiër lichaam. Door de zwakke schemering werd het verse, okerrode bloed dat mijn vachtharen besmeurde pas echt goed zichtbaar. Het ordinaire hieraan was dat er geen enkele wond op mijn lichaam te bespeuren was, wat dat betrof was ik smetteloos schoon, als je het bloed dan niet meetelde. Mijn intense ogen, zo donker als de nachtelijke lucht, waren strak gefocust op een nog onbekend, potentieel volgend slachtoffer. Het nietsvermoedende, voskleurige paard stond vredig te rusten met één achterhoef op rust en zijn oren relaxt opzij hangend. Ik zag de borst van de merrie rustig op en neer gaan, een teken dat ze diep in dromenland verkeerde. Een smerige grijns verscheen op mijn gelaat, terwijl mijn tong mijn lippen bevochtigde. Het zou makkelijk, te makkelijk, worden om de slapende merrie aan te vallen en vervolgens ten einde te brengen. Een koud kunstje voor een ervaren jager als ik. Ieder moment zou ik kunnen toeslaan, maar ik wachtte geduldig tot een zeker persoon haar entree op het toneel zou maken. Eris. De beeldschone, koolzwarte merrie. Mijn meesteres. Als geroepen verscheen de diepzwarte gedaante van Eris, haar zwarte ogen op mij gericht , terwijl een onheilspellende grijns haar lippen sierde. “Vestival, my darling. You know what you have to do.” sprak haar verleidelijke stem, waarna ze haar lippen naar mijn oor bracht. “Oh, and don’t forget, I want her head served on a golden plate. You think you can handle that, too, darling?” Haar gezicht werd verwijderd uit mijn gezichtsveld, en zo snel als dat ze verschenen was, zo snel was ze ook weer verdwenen. De opdracht was kraakhelder, ik wist wat me te doen stond. Mijn benen kwamen sluipend in beweging, terwijl elke spier zichzelf ondertussen voorbereidde op de naderende aanval. Met elke vooruitschrijdende meter kwam ik dichterbij de nietsvermoedende vosmerrie. Zo onschuldig en kwetsbaar. Uit automatische ging ik nog zachter sluipen, wetend dat elk geluid nu fataal kon zijn en ervoor zou zorgen dat de merrie mij in de gaten kreeg en op de vlucht zou slaan. Ik moest secuur en uiterst professioneel te werk gaan, wilde ik deze jacht tot een goed einde brengen. Uit voorzorg verstevigde ik mijn greep op mijn tegenstribbelende emoties, die hun uiterste best deden om mijn systeem binnen te dringen. Secondes tikten voorbij waarin ik me klaar maakte voor de aanval. Ik spande al mijn spieren aan, richtte mijn kijkers op de kloppende halsslagader en kwam vervolgens pijlsnel in beweging. Ik opende mijn kaken en boorde ze in de delicate hals van de inmiddels wakker geschrokken merrie. Ik gooide mijn gewicht in de strijd en nam haar mee in mijn val. Een gorgelende gil gevuld met bloed, kwam uit haar keel. Haar ogen staarden vol paniek naar de halve maan die half achter het bomendek verdwenen was. Ze wist onbewust dat dit haar laatste seconden op aarde waren. Mijn kaken begroeven zich dieper in het zachte vlees van haar hals en beten de luchtpijp door. Een laatste, ijselijke gil werd door de arme merrie uitgestoten, waarna het langzaam wegstierf in de nachtelijke bries. Het was voorbij, haar bruine ogen verloren hun glans toen de dood haar hele lichaam overnam. Ik had mijn taak opnieuw succesvol uitgevoerd.

Als versteend werd ik gedwongen om toe te kijken hoe de beelden zich voor mijn netvlies afspeelden en zich bleven herhalen. Ik had geen enkele controle over het verloop ervan. De diepgewortelde schuld die hierbij wakker werd geschud, verspreidde zich als vloeibaar gif door mijn aderen en drong elke lichaamscel binnen. Eris, ik moest Eris vinden wilde ik aan voorgoed een einde maken aan mijn lijden. Alleen zij was in staat om mijn naam en gedachten te zuiveren en te bevrijden van de vreselijke herinneringen. Een warme gedaante die naast mijn gebroken lichaam werd geplaatst, haalde me, al dan niet tijdelijk, uit mijn verstikkende gedachten. “Nee, Ves, het houdt nooit op. Die van mij zijn ook nooit opgehouden, en dat zullen ze ook voor de eeuwigheid nooit doen.” kwamen de woorden uit Faylice’s mond vandaan, zwevend richting mijn gehoorgang. De stilte die daarop volgde, gaf mij de tijd om weer terug te vallen in de vlammenzee. Zelfs Fay bevestigde dat het nooit zou ophouden, het lijden, de pijn en het schuldgevoel die alle drie ondragelijk waren. Aan het eind van de stilte, kwam Faylice’s stem weer in actie. “Ik leerde ermee leven, en jij gaat het ook doen. Je denkt misschien dat ze je wat kunnen doen, maar alleen jij kan dat bij jezelf. Jij laat ze toe, omdat je denkt dat je te zwak bent om ze te kunnen weerstaan, maar je bent nooit te zwak, Ves.” Haar woorden deed mijn oogleden open en dwong me naar haar te kijken, vol ongeloof, maar ook vol met een nieuwe hoop. Misschien was het dan toch nog niet te laat. Ik zag vanuit mijn ooghoek hoe een traan langs Fay’s wang naar beneden viel. “Nooit te zwak, Ves.” De gekwelde blik in mijn kijkers verdween abrupt en maakte plaats voor de onvoorwaardelijke liefde die voelde voor de paarse roanmerrie. Ik drukte mijn neus zachtjes tegen haar hals en begroef mijn gezicht in haar lange, donkerbruine manen, de geur ervan diep opsnuivend. Ik sloot mijn oogleden voor een seconde te lang en de nachtmerries kwamen meteen terug zonder enige waarschuwing vooraf. Geschrokken opende ik mijn ogen, nog nahijgend van de intensiteit ervan. Ik trok mijn neus terug uit Fay’s manen en blikte naar de woeste zee in de verte. De zee was altijd in beweging, nooit kreeg het de kans om tot rust te komen. Mijn brein verkeerde in een vergelijkbare situatie. De demonen in mijn hoofd gaven me geen ruimte om uit te rusten. Het zou nooit ophouden, hoe bemoedigend Fay’s woorden ook hadden geklonken. Haar problemen verschilden teveel van die van mij. Bovendien, zij had er waarschijnlijk nooit zelf voor gekozen, ik wel, in het begin dan. Een zucht werd ondertussen gevormd in mijn uitgeputte longen en kwam tergend langzaam mijn luchtpijp omhoog, waarna het zich een weg naar buiten baande. “Fay, je begrijpt het niet. Ik vraag ook geen begrip, want wat ik heb meegemaakt – over mezelf heb afgeroepen – is te erg om mee te leren leven. Ik verdien geen kans om het een plek te geven, want het is een deel van mijzelf. Het monster dat al die paarden heeft vermoord, ben ikzelf. En het kan ieder moment weer tot leven komen, zodra ik mijn emoties uitschakel.” zuchtte ik moegestreden en zonder enige hoop.

There’s not a road I know that leads to anywhere
Without a light I fear that I will stumble in the dark
Lay right down decide not to go on

Ik dwong mijn gewonde lichaam om op te staan, schreeuwde tegen elke spier om alles te geven. Uiteindelijk, na een kort gevecht, slaagde ik erin om overeind te komen. Trillend van de geleverde inspanning bleef ik hijgend naar het zand onder mijn grijze hoeven staren. Na een tijdje hief ik mijn hoofd en blikte naar de merrie naast me. Ze verdiende zoveel beter, en toch bleef ze vasthouden aan mij. Ik wilde haar niet meetrekken in mijn eigen afgrond, waar ik nu wel mee bezig was. Ooit zou er een moment komen dat ik opnieuw mijn grip op de realiteit zou verliezen en mijn emoties weer zou uitschakelen. Ik wilde niet dat Faylice die periode opnieuw zou moeten meemaken. Er zat maar één ding op dat ik kon doen om te voorkomen dat de geschiedenis zich zou herhalen. Faylice vrijlaten uit mijn hart. Een onmogelijke opgave wat me waarschijnlijk de kop zou kosten, maar ik hield teveel van haar om haar te zien lijden. Ik zuchtte en nam onbewust een besluit. “Fay, ik vind dat je dit moet weten. Je verdient veel beter dan mij. Je verdient het om met iemand te zijn die je gelukkig maakt. Iemand die je leven niet bemoeilijkt.” fluisterde mijn stem schor, gevuld met emoties die ik op dit ogenblik liever niet in mijn systeem had. “Daarom laat ik je gaan.” eindigde ik.

i'm watching myself drifting away
Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] ma 4 jan 2016 - 16:14


Een zwakke stroom lucht bereikte haar hals waarna een zacht contact volgde. Het was Vestival, de hengst waar ze zo van hield die zijn neus in haar manen begroef. Wat hij ook zag, het moest verschrikkelijk zijn. Ze herinnerde zich nog haar ergste nachtmerrie, het ging niet om haar, maar om het veulen dat ze droeg. Het kwam terug in dromen, waar het opgegroeid was. Het veulen verwijtte haar dat het niet kon leven, het liet een schuldgevoel groeien die ongekende grootte had. Niemand mocht het weten waarom er tanden hadden gestaan in haar buik. In die buik groeide destijds iets onschuldigs wat zo kwetsbaar was dat het in alle macht beschermt moest worden. De gedachte eraan liet een vage steek staan in haar ziel, ze had de schimmen in haar ziel overwonnen, maar ze lieten altijd hun prijs achter.

Faylice liet haar ogen verzuipen in die van Ves, de eens zo heldere blik was veranderd. Een troebele waas had zich over het netvlies van de hengst verspreid alsof er een storm gaande was. Flarden aan waas schoten over het blikveld van de hengst, het deed haar pijn om hem zo getergd te zien. “Fay, je begrijpt het niet. Ik vraag ook geen begrip, want wat ik heb meegemaakt – over mezelf heb afgeroepen – is te erg om mee te leren leven. Ik verdien geen kans om het een plek te geven, want het is een deel van mijzelf. Het monster dat al die paarden heeft vermoord, ben ikzelf. En het kan ieder moment weer tot leven komen, zodra ik mijn emoties uitschakel.” Elk woord herhaalde zich langzaam in het ranke hoofd van de merrie, het liet haar duizelen terwijl ze wegdraaide van de hengst. Hij had paarden vermoord? Hoe kon hij ooit zoiets doen, wetend dat zij zelf maandenlang voor elke seconde had gevochten? Een traan van woede gleed omlaag, het liet een spoor achter wat snel ijzig werd gemaakt door de wind die eroverheen denderde.

Razendsnel draaide ze haar lichaam om zodat ze recht tegenover de hengst kwam te staan. Haar benen zette zich af om haar hoofd in positie te brengen. Luttele milliseconde later volgde een klap tegen de hals van Vestival. De spieren waren te zwak om ook maar iets van de impact te kunnen opvangen maar het interesseerde Faylice helemaal niks. Het moest pijn doen. ’Klootzak!’ Schreeuwde ze terwijl ze achteruit stapte om afstand te creëren. ’Snap je het dan echt niet? De zachtheid van haar stem was terug gekeerd terwijl ze haar stemvolume terug bracht. Het ongeloof was een leidende toon in haar stem. ’Als je je emoties uitschakelt ben je nog steeds exact dezelfde hengst. Maar dan heb je een excuus om te doen wat je wilt.’ Haar ogen schoten vuur terwijl ze hem intens aan bleef kijken. ’En dan als je je emoties weer aan hebt, is wat je gedaan hebt weer een excuus om ze uit te zetten.’ Ging ze verder, haar stem was gekalmeerd, maar haar ogen bleven hem fel aankijken. ’Snap je het dan niet dat als je zo doorgaat het alleen maar erger wordt?’ Ze keek even weg en snoof. ’Of is dat precies wat je wilt, jezelf zielig blijven vinden en blijven verdrinken in zelfhaat?’

Het was een hele prestatie geweest dat de hengst op stond, ze was nog wat verder naar achteren gestapt om hem de ruimte te geven die nodig was. Een stilte dreef tussen hen, het gaf de merrie de tijd om haar woorden nog eens over te gaan en zelf rustiger te worden. De stilte was prettig gezien de storm van net heftig was voor beide. Alleen het geluid van de golven die tegen de rotsen aan sloegen en op het strand beukten was te horen. Het gaf een soort van rust ondanks dat de spanning tussen de hengst en de merrie priemend hoog was. “Fay, ik vind dat je dit moet weten. Je verdient veel beter dan mij. Je verdient het om met iemand te zijn die je gelukkig maakt. Iemand die je leven niet bemoeilijkt. Daarom laat ik je gaan.” Haar blik vulde zich wederom met ongeloof, en ze vroeg zich af wat de denkpatronen van de hengst waren. ’Nee, nee dat doe je niet.’ Sprak haar stem kalm, maar fel. ’Je breekt niet nog een keer mijn hart, het enige wat er nu überhaupt over is, is gruis, laat staan dat je het nog een keer tot stof vermorzeld.’ Het was de waarheid waarmee ze sprak, haar lichaam schoof iets naar voren maar hield een afstand. ’Of jij het waard bent om van de houden kan ik zelf wel bepalen, dat is het excuus wat je maakt.’ Haar stem was zacht geworden, met een zekere vastberadenheid. ’Het gaat erom dat jij een keer niet egoïstisch moet zijn. Ik stel je een keuze.’ Ze zweeg even en bereidde zich voor op haar woorden en de reactie van de hengst ervan. ’Of je gaat voor mij, ik help je het verleden achter je te laten en die pijn te dragen.’ Ze keek hem weer aan, doordringend zoals haar blauwe ogen dat zo goed konden. ’Of je “laat me gaan” en blijft in het zielige leventje van je, alleen.’ Het deed haar pijn om zo hard te zijn, maar ze zag geen enkele andere weg om tot de hengst door te dringen, na het zo vaak zacht geprobeerd te hebben.






MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] ma 4 jan 2016 - 21:13

vestival

Don't let me go
Hold me in your beating heart


De voortwaaiende storm maakte zijn ommekeer en blies nu richting BMH, met elke windstoot verder het land intrekkend. De golven beukten als gestoorde gekken tegen het mulle zand en de gevaarlijke kliffen van Orlais. De wind trok bot aan mijn lange, blonde manen en vormden klitten door alle haren in elkaar te vlechten als een spinnenweb. Een kille rilling, veroorzaakt door de wind, liep langs mijn ruggengraat omhoog en eindigde in mijn hoofd, waar het zich ontpopte tot een ijzingwekkende kou. Beelden flitsten aan mijn netvlies voorbij, waarvan sommigen kraakhelder waren en anderen niet meer dan een wazige brei. Inmiddels waren de meeste, nachtmerrie veroorzakende herinneringen van de tafel geveegd. Ik werd alleen achtergelaten met dat altijd aanwezige, lege gevoel in mijn systeem. Dat gevoel was misschien nog wel erger dan de nachtmerries. Van de nachtmerries wist ik wat ik kon verwachten, constante pijn; de immense leegte in mijn hart was zo onvoorspelbaar als een aardbeving, je wist nooit wanneer het zou toeslaan en in welke mate.

Een onverbiddelijke dreun tegen mijn borstholte deed me ontwaken uit mijn gedachten en geschokt kijken naar de roanpaarse merrie. “Waar heb ik dat nou weer aan verdiend?” snoof ik verontwaardigd. Algauw kreeg ik antwoord terug op mijn vraag. “Klootzak!” schold Faylice recht in mijn gezicht, ze had haar ranke lichaam naar de mijne gekeerd en stond nu oog in oog met het mijne. “Snap je het dan echt niet?” De schreeuwende ondertoon in haar stem was naar de achtergrond geweken en had ruimte gemaakt voor de tederheid waar ik zoveel van hield. “Als je je emoties uitschakelt ben je nog steeds exact dezelfde hengst. Maar dan heb je een excuus om te doen wat je wilt.” vervolgde de Arabische merrie, terwijl een vuur ontwaakte in haar tweekleurige kijkers. Ik wilde een tegenargument in de strijd gooien, maar kreeg daar amper de tijd voor, want Fay ging alweer verder met haar preek. “En dan als je je emoties weer aan hebt, is wat je gedaan hebt weer een excuus om ze uit te zetten. Snap je het dan niet dat als je zo doorgaat het alleen maar erger wordt? Of is dat precies wat je wilt, jezelf zielig blijven vinden en blijven verdrinken in zelfhaat?” Ik liet mijn hoofd verslagen richting de grond hangen, starend naar de mulle zandkorrels die ik vanaf deze afstand makkelijk van elkaar kon onderscheiden. Ze had gelijk, ik gebruikte mijn gift als een excuus voor al het verkeerde dat ik in deze wereld had begaan. Ik zou altijd dezelfde Vestival blijven, met of zonder emoties. Misschien mocht Faylice dan wel voor een groot deel gelijk hebben, toch wist ze niet het hele verhaal achter mijn leven als seriemoordenaar. “Je denkt toch niet dat ik vrijwillig al die onschuldige zielen uit het leven heb gerukt?! begon ik feller dan mijn bedoeling was geweest, maar ik wilde koste wat het kost mezelf verdedigen. Mijn blauwe en groene kijkers spuwden vuur bij de gedachte aan de koolzwarte merrie Eris. “Ik mag dan wel een lul zijn met mijn emoties uit, maar ik ben géén moordenaar uit vrije wil geworden. Nooit. En het is ook geen excuus om al die moorden kwijt te schelden.” vervolgde mijn stem, waarbij de vastberadenheid om haar de gehele waarheid te vertellen duidelijk hoorbaar was. Mijn bruin-witte lijf zette ondertussen enkele stappen in Faylice’s richting, terwijl mijn ogen zich boorden in de hare. “Het was háár, Eris, die me al die vreselijke misdaden liet begaan. Die verdomde merrie bezit een gave waarmee ze gemakkelijk andere, zwakkere zielen kan manipuleren en naar wil kan buigen.” Zo, de waarheid was eruit. Het voelde alsof een zware last van mijn schouders was gevallen nu dat de paarse merrie de waarheid kende. Ik nam een diepe teug zuurstof en vervolgde mijn verhaal, dit keer met een bepaalde rust in mijn stem die ik maanden geleden dacht te hebben verloren. “Ik kwam haar tegen nadat ik uit BMH was vertrokken. Eris was… betoverend, beeldschoon, maar oh zo dodelijk en manipulatief. Omdat ik op dat moment van onze ontmoeting mijn gevoelens uit had geschakeld, was ik een makkelijk slachtoffer voor haar, ik zou weinig tegenstribbelen. Het heeft me maanden gekost om uit haar stalen greep te ontsnappen.” eindigde ik mijn zin. De haat jegens de zwarte merrie was diep in mijn systeem geworteld, had onherstelbare schade aangericht in mijn ziel, schade die zelfs niet met de tijd zou genezen. Maar ik moest er mee leren leven, voor Faylice, voor onze toekomst en vooral voor mijzelf.

Door alle drama rondom mijn bestaan als seriemoordenaar, was het me helemaal ontgaan dat Faylice intussen ook mijn andere woorden had binnengekregen. De woorden over dat ik haar wilde laten gaan. Ik slikte toen ik haar gezichtsuitdrukking zag veranderen naar iets dat leek op een mengeling van ongeloof en verbetenheid. Ze was het er overduidelijk niet mee eens. “Nee, nee dat doe je niet.” Ondanks de felheid die ik in haar ogen bespeurde, was haar stem zo kalm als de zee op een rustige, windstille morgen. “Je breekt niet nog een keer mijn hart, het enige wat er nu überhaupt over is, is gruis, laat staan dat je het nog een keer tot stof vermorzeld.” Ik zag haar slanke lijf tijdelijk in beweging komen, maar ze bleef op een geruime afstand van mij. “Of jij het waard bent om van de houden kan ik zelf wel bepalen, dat is het excuus wat je maakt.” Ik wist dat ik zo’n reactie had kunnen verwachten, Faylice zou niet zo makkelijk opgeven als ik. “Het gaat erom dat jij een keer niet egoïstisch moet zijn. Ik stel je een keuze.” Haar stem hield op met praten en een kortdurende stilte viel tussen ons in, waarin ik me voorbereidde op de keuze die ze me zou voorleggen. Ik had geen idee wat die keuze precies inhield, maar ik wist dat het geen boter, koek en eieren zou zijn. Ik hield haar lippen ondertussen nauwlettend in de gaten, en toen ze van elkaar bewogen verstijfde mijn hart voor een seconde. “Of je gaat voor mij, ik help je het verleden achter je te laten en die pijn te dragen.” begon Faylice. “Of je ‘laat me gaan’ en blijft in het zielige leventje van je, alleen.” De keus was geen moeilijke opgave voor mijn hart, ik zou wat dat betreft zonder twijfel altijd voor haar kiezen, ongeacht de omstandigheden. Mijn verstand dacht daar echter compleet anders over. Een tweestrijd ontstond in mijn brein, hoe graag ik ook voor haar wilde gaan, het zou een verkeerde keuze zijn, voor mij een voor haar, al leek zij het nog niet door te hebben. “Ik wil met heel mijn hart voor je gaan, echt. Maar ik kan je dan niet garanderen dat ik je ook daadwerkelijk gelukkig kan maken, en bovenal, kan houden.” begon ik op zachte toon, maar ik bleef haar daarbij wel strak aankijken. “Fay, je bent de liefde van mijn leven, wat er ook gebeurd en wat voor keuzes ik ook maak, onthoud dat.” fluisterde mijn stem teder, maar vastberaden tegelijkertijd. “En.. als jij denkt dat ik het waard ben om van te houden, dan wil ik ervoor gaan.” Ik stapte naar haar toe, plaatste mijn grote lichaam recht tegenover haar en legde mijn hoofd ten ruste op haar slanke nek bedekt met haar zijdezachte, donkere manen. “Ik hou van je.”


i'm watching myself drifting away
Terug naar boven Go down
Bo

avatar

Profile
Number of posts : 2551
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] zo 17 jan 2016 - 21:52

Het paarse typje had zich stevig neergezet tegenover de tweekleurige hengst, haar blik had zich vertroebelt tot een bezorgde blik. Hoewel ze hem misschien zelfs wel deed haten, er bestond een ongekende liefde. Een die de twee kanten deed verbinden zonder dat ze in conflict zouden komen, een wantrouwen had zich gevestigd puur omdat ze zich zo vaak te kwetsbaar had opgesteld. Maar nu was het niet aan haar om een slachtoffer te zijn, nu moest zijzelf degene zijn die het lot van een ander zou omdraaien. Hij zou moeten beseffen dat ook hij geen slachtoffer meer was, al was dat een stap verder dan de fase waarin hij nu verkeerde. Het was ernstig genoeg dat hij een eind aan zijn leven zou willen maken.

Het deed haar meer dan pijn dat hij van onschuldige paarden het leven had genomen, koelbloedig vermoord alsof het een grasspriet was die niet door de strenge selectie van de natuur zou kunnen komen. Haar liefde was een seriemoordenaar, zij die zelf zo had gestreden voor haar eigen had een partner die het zelf zo makkelijk van een ander weg nam. “Je denkt toch niet dat ik vrijwillig al die onschuldige zielen uit het leven heb gerukt?! Ik mag dan wel een lul zijn met mijn emoties uit, maar ik ben géén moordenaar uit vrije wil geworden. Nooit. En het is ook geen excuus om al die moorden kwijt te schelden.” De felheid van de tweekleurige hengst liet haar blik iets opklaren, hij had de wil om te vechten tegen het schuldgevoel wat bij hem lag, ook al wist hij dat zelf niet. “Het was háár, Eris, die me al die vreselijke misdaden liet begaan. Die verdomde merrie bezit een gave waarmee ze gemakkelijk andere, zwakkere zielen kan manipuleren en naar wil kan buigen.” Geduldig wachtte ze op zijn verdere uitleg, terwijl ze hem dichterbij liet komen. Haar hoofd bevond zich vertrouwt in een hoge positie, waardoor haar gelaat fier uitstraalde. “Ik kwam haar tegen nadat ik uit BMH was vertrokken. Eris was… betoverend, beeldschoon, maar oh zo dodelijk en manipulatief. Omdat ik op dat moment van onze ontmoeting mijn gevoelens uit had geschakeld, was ik een makkelijk slachtoffer voor haar, ik zou weinig tegenstribbelen. Het heeft me maanden gekost om uit haar stalen greep te ontsnappen.” In haar blik lag een kleine hint van ongeloof en pijn. Weer een merrie die zich voorbij haar had gewaand en zijn hart had gemanipuleerd. Het bracht een kleine steek in haar ziel teweeg, weer een stukje hart brokkelde af. ’Ik ben blij dat je wél bent weten te ontsnappen, Ves.’ Bracht ze zacht met de toon die bijna te bekend was voor haar.

Een zucht gleed van haar lippen af, terwijl ze nadacht over de woorden die zou gaan zeggen. ’Weet alleen dat jij ze uiteindelijk hebt vermoord. Wees niet boos op haar, zij zou zich vanzelf tegenkomen. Ben er bewust van wat je hebt gedaan en hoe alleen jij ermee kan leven.’ Klonk haar stem weer. Ze kon niet ontkennen dat ze er moeite mee had dat de hengst had vermoord, maar besloot het goede in hem te zien. ’Beloof me alleen, dat je nooit meer een enkel wezen vermoord.’ Heel langzaam als de woorden zich vormen, duidelijk maar vederlicht sprak ze de woorden waarbij het bijna eindeloos duurde voordat ze haar zin af had. Haar ogen indringend in de zijne, zijn oprechte zelf opeisend.

“Ik wil met heel mijn hart voor je gaan, echt. Maar ik kan je dan niet garanderen dat ik je ook daadwerkelijk gelukkig kan maken, en bovenal, kan houden. Fay, je bent de liefde van mijn leven, wat er ook gebeurd en wat voor keuzes ik ook maak, onthoud dat. En.. als jij denkt dat ik het waard ben om van te houden, dan wil ik ervoor gaan.” Haar blauwe oog verhelderde bij zijn zachte gefluister. Hij had zijn hoofd op haar ranke hals neergelegd. Haar neus ging als automatisch naar zijn schouder waar haar lippen even met zijn dikkere vacht speelde. ’Duidelijk.’ Fluisterde de roan merrie terwijl haar lippen nog een stukje vacht opzij duwde. Haar gedachten brachten haar terug naar Eris en gelijk bracht het een messteek met zich mee. Bijna onzeker stapte ze terug waarbij haar hoofd zich half draaide zodat haar blauwe oog recht zijn poelen keek. ’Ben ik het wel waard?’ Een oprechte vraag, een tikkel minder zacht dan haar vorige woorden. Meerdere merries hadden voorbij haar kunnen gaan, het liet haar afvragen of zij wel goed genoeg zou zijn.

Het ranke hoofd schoot omhoog als haar witte, zo troebele oog iets verhelderde. Een wittig gestalte vormde zich op dat ene netvlies van de merrie. Haar neus volgde haar blik terwijl ze gepijnigd naar het gestalte keek. Het was een jong dier wat waarschijnlijk een gruwelijke dood had gehad. Het leek haar even aan te kijken voordat het weer vervloog. Langzaam draaide ze weer terug waarna ze de hengst aankeek. ’Ik moet wat vertellen, denk ik’ Sprak ze net zo langzaam met een gepijnigde blik die zoveel kon betekenen.









MUHAHAHAHA
Terug naar boven Go down
Banaan

avatar

Profile
Number of posts : 1356
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE] wo 2 maa 2016 - 18:03


This world is dark and it's so hard to breathe...

Opnieuw leken mijn gedachten te zweven tussen twee werelden. De ene helft was in het heden bij Faylice; de andere helft bevond zich in een nog onbekende dimensie waarvan ik niet zo goed wist wat ik ervan moest denken. Mijn tweekleurige ogen werden gericht op de paarse roanmerrie, maar haar beeld kwam niet mijn netvlies binnen, het bleef ergens hangen tussen mijn de lens van mijn oog en het hoornvlies. Ik nam alles uit mijn omgeving waar, maar het werd simpelweg niet verwerkt door mijn hersenen en dus kon ik er momenteel ook geen naam aan geven, ook al kwamen veel voorwerpen me zeer vertrouwd en bekend voor. Sinds het moment van de tuimelende val die ik naar de ongekende dieptes van de zee had gemaakt tot aan nu, was er iets in mijn systeem veranderd. Of beter gezegd, geknakt. Ik was hier, levend en wel, maar mijn hersenen leken bijna wel hersendood. Het ene ogenblik was ik met mijn volle aandacht bij de woorden van Fay, het andere ogenblik wist ik niet eens waar ik was. Het frustreerde me dat ik geen verklaring voor mijn plotselinge omslag kon vinden. Het enige wat ik wel wist, was dat mijn hersenen en lichaam niet meer samen als één geheel functioneerden, maar dat ieder diens aparte weg was gegaan.
 
En toen gebeurde het…
 
Geleidelijk aan vervaagde de wereld om mij heen, totdat ik enkel de paarse merrie in mijn gezichtsveld waarnam, maar ook haar herkende ik niet meer. Ik wist alleen dat er sterke gevoelens voor haar door mijn aderen stroomden en dat ik onlosmakelijk verbonden met haar was op een diep emotioneel level. Ik opende mijn mond, maar woorden ontbraken me. Ik wilde zo graag aan haar vragen wie ze was en waarom ik zo’n sterke verbintenis met haar voelde. God, ik wist niet eens mijn eigen naam meer. Dit was rampzalig, ronduit catastrofaal. “Wie ben je?” vroeg ik toen maar, omdat ik de stilte tussen ons in niet meer kon verdragen. Ik wilde antwoorden en ik wilde ze nú. “En waar ben ik? Wíe ben ik?” vervolgde ik al snel, ondanks dat ik niet wist of zij mijn vragen wel kon beantwoorden. Het was gewoon zo vreemd allemaal, opeens was ik vergeten wie ik was en wat voor betekenis ik in het leven had.


but in this instant, when I laughed along with you,

I felt that breathing just got a little easier.

Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud



Profile


Contact
BerichtOnderwerp: Re: Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE]

Terug naar boven Go down

Only the dead have seen the end of war [&FAYLICE]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Soortgelijke onderwerpen

-
» the foals and the 2 dead foals
» God is Dead - Sign Up
» Bleach: God is Dead
» Dead on Patrol
» Of a Dead Friend

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Blue Moon Horses ::  :: » Archive :: Orlais-
» CHATBOX