IndexHandbookMapGebruikerslijstRegistrerenInloggenGebruikersgroepenZoekenFAQ

Deel|

The distance of beauty.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
Ga naar pagina : Vorige  1, 2
AuteurBericht
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. zo 12 aug 2012 - 20:05


alézna
the strong one


Zijn ogen gleden over de kudde. Geen moment was hij ontspannen. Het ware lange en zware dagen. Maar hij zou het zichzelf nooit vergeten als hij een paard niet zou kunnen redden. Hij had het gevoel dat hij wat paarden mistte in de kudde. Zijn ogen schoten naar Lerav die de kudde net als hem strak in de gaten hield. Opeens schoot hij weg. Het bos in, de plek waar de schimmen vandaan komen. Ze konden hem niets maken... maar de andere paarden wel.

Zijn ogen gleden door de bomen. Opeens hoorde hij geluid. Hij spitste zijn oren en keek in de richting van de zwarte lijven. De zwarte lijven, hij zag niet wie wie was. Het was of ze allemaal één met de nacht waren. Maar snel zag hij het paarse oog voorbij schieten. Het oog dat in een klap een einde aan het leven maakte van elk paard. Snel bewoog hij zich naar voren om het schouwspel te bekijken.

Hij zag één vreemd paard, een grote hengst. Hij wist dat het geen schim was. Toen vlogen zijn ogen naar de merrie. Doe door Avanti op de grond gedrukt werd. Het was Omniel de zwarte schoonheid van de kudde. Nu pas zag hij hoeveel ze lijkte op de andere hengst. Echter had hij geen tijd om er over na te denken. Hij wilde net zijn benenen in beweging zetten toen Avanti weer omhoog kwam. Dit keer naar de hengst toe. Die hij op dezelfde brute manier naar de grond duwde.

Nog voordat hij het door had kwamen zijn hoeven los van de grond. Hij stormde tussen de paarden in. Zijn ogen schoten vlug naar Omniel maar snel weer naar de schim. Zijn helderblauwe ogen keken strak in zijn paarse ogen. Hij maakte zijn hoeven los van de grond een maaide er wild mee in de lucht. Vlak voor zijn neus gingen ze met een kracht omlaag. Zijn ogen doorboorde die van de schim. Het viel hem op dat ze ongeveer dezelfde grote hadden, en beide de pikzwarte kleur van hun vacht. Echter was er één verschil. Avanti was de schimmenleider, Amor was een leider van de normale paarden. "Als het aan mij ligt zal het hier voor beide niet eindigen" Sprak hij bot, ijskoud maar zeer krachtig uit. Hij verloor de schim geen moment uit het oog.

Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. wo 15 aug 2012 - 18:39

s o k k e p o o t

Sokkepoot( Of Sok ) is een jonge merrie die geen sprankje geluk in haar leven heeft gehad. Ze is een merrie rond haar zevende levensjaar. Buckskin roan. Ze heeft een smalle onderbroken bles. Met de helder blauwe ogen van haar moeder, Delaney
Vroeger was ik een lieve merrie geweest. Diep van binnen. Ik heb het nooit kunnen uiten aangezien het nooit van me gevraagd werd. In de loop van de jaren ben ik veranderd in een harde merrie. Voor mezelf maar ook voor andere. Toch heb ik nog altijd mijn vechtlust. Vertrouwen in mezelf is er, maar dat zegt niet dat ik mezelf niets waard vind. Ik zie mezelf als een mislukkeling, neem alles mezelf kwalijk. Maar toch ben ik ben ik een dappere merrie, die zover mogelijk een positieve kijk op het leven heeft. Niet opzichzelf, maar op het leven.

Je kon mijn verleden op verschillende manieren bekijken. Wanneer ik het vertelde aan andere stonden ze achter mij. maar desondanks bleef ik het mezelf kwalijk nemen, dat het zo is gelopen. Ik werd zo'n 7 lentes geleden geboren in een plekje waarvan ik de naam niet weet. Een kudde waarvan ik haast niemand kende. Het waren de details die ik nog weet. De helder blauwe ogen van mijn moeder, de vuurvliegen die mijn natte vacht verlichtte bij mijn geboorte. De stem van mijn moeder. Niet dat hij fijn klonk. Eerder alsof ze over me heen wilde kotsen. Ze sprak enkel mijn naam uit en trok me overeind. Ze nam me mee naar een hengst. Waarna ik haar naam hoorde uit zijn mond: Delaney. En de mijne: Sokkepoot. Zijn stem had niet veel enthousiaster geklonken. Maar toen ging ze weg ik bleef bij hem, Mijn vader.

Hij hield niet echt van me en deed enkel wat van hem verwacht werd. De manier op was anders. Hij was altijd bot en koud. Maar hij leerde me wel de levenslessen. Leerde me de harde kant van de wereld zien. Iets wat van groot belang was. Je deed het immers met kennis in je leven, niet met liefde. Achteraf heb ik gemerkt hoe groot mijn verlangen was geweest naar een vader persoon. om net als de andere veulens -waar ik niet naartoe mocht- trots tegen mijn sterke vader aan te lopen en te kunnen opscheppen hoe sterk mijn vader is. nee, hij was de complete hel. In de tijd dat hij me niet dingen op een koude manier uitlegde gebruikte hij me waar hij kon. Liet me nare klussen voor hem doen.

Na twee jaar kwam hij naar me toe. Ik hoor zijn woorden nog. Zijn koude toon. "Ik heb je alles geleerd was ik weet. Ga weg, ik wil je niet, laat je hier nooit meer zien". Ik weet niet of ik blij moest zijn dat ik uit mijn leiden verlost was. nee, het voelde eerder alsof er een gat door je hart werd geschoten. Ik had zo mijn best gedaan. Alles gegeven om ooit zijn hart te winnen maar hij stuurde me weg. Zomaar. Ik wist niet wat ik moest. Waarheen ik moest gaan. of wat ik moest doen. Het was vreselijk. Ik voelde me als een klein veulen tussen een kudde grote shires. Het was kortom vreselijk. Ik nam het mezelf kwalijk, en nu nog steeds. Ik had beter mijn best moeten doen. Dan had ik misschien nu naast een vader gelegen van wie ik hield dan hier, in het koude bos van Blue Moon Horses. Ik weet dagen waren, ik denk weken, maar misschien waren het maanden. Dat ik rond zwerfde. Niets wetend waarheen. Maar toch leerde ik mezelf kennen. Ik was geen lieve, zoete merrie. Ik was een hard, strijdlustig monster. Niemand zal deze gedachte ooit van me kunnen afnemen. Het was litteken op mijn schouder dat het me eraan liet herinneren. Het litteken dat me vader had gegeven.

Na die dagen, weken of maanden dat ik mezelf leerde kennen kwam ik aan op een plek waar ik de naam niet van weet. In een kudde van paarden waarvan ik er één kenden Elibrea. Er had een rilling over mijn rug gelopen, de eerst keer dat ik hem zag. Zijn uiterlijk was kortom, kwetsend en hard geweest. misschien het gene wat me gelijk er tijd ook aan trok. Hij was kortom de kant die ik van binnen was. Ondanks ik wist dat niemand te vertrouwen was verloor ik mezelf. Verblind door liefde en vertrouwen. Had mijn vade dan niet gelijk over vertrouwen, en liefde. Dat het niet echt bestond? Hij dekte me en ik leek een geschenk van de hemel te hebben gekregen. Ik wist het zeker. Mijn vader had het mis, liefde en vertrouwen hoort wél bij het leven. Alles leek goed te komen. De nare jaren uit mijn leven leken in het stof opgegaan. Alles ging perfect. Ik hield van hem, hij van mij. maar toen was er ene dag. Die ene val.

Hij nam me mee, de bergen in, hoog. Zoals ik al zei was ik letterlijk verblind door liefde. Ik volgde hem. Hij wilde me iets laten zien. iets zo mooi dat niet met woorden te beschrijven was. Ik geloofde hem, echt waar. En toen die rotsblok die van zijn plek kwam. De grond onder mijn voeten die weggleed. De vreselijke hoogte van vallen gevolgd door de klap waardoor mijn zicht zwart werd en mijn oren begonnen te piepen. Door het nare gepiep heen hoorde ik hem. Zijn angstige geschreeuw. Ik zag hem voor mijn ogen flitsen. Ik probeerde te antwoorden dat hij me kwam halen. Maar het lukte niet. Ik kon het niet. En plotseling enkel nog het gepiep. Hij was weg. Had me achtergelaten. Voor dood. Het waren weken die ik nodig had te herstellen. Wanneer ik sterk genoeg was om hem op te zoeken zag ik hem, niet alleen. Hij dekte de eerste merrie die hij tegenkwam. Mijn wereld stortte in. Mijn vader had gelijk, paarden waren niet te vertrouwen. Het enige waar ik hem nu dankbaar voor ben. Dat zijn lessen waarheid waren. Ik geloof er heilig in dat god dit zo heeft gedaan om me te laten zien dat mijn vader gelijk had. Dat ik hem niet moest vergeten.

Ik leerde leven op de gedachte dat ik nog een souvenir had naast mijn littekens aan Elib. Het veulen dat in mijn buik groeide. Mijn laatste hoop, mijn laatste houvast. Al was ik een wrak. Maar het veulen werd dood geboren. Het was vreselijk. Door de val had hij het niet overleeft. Als ik niet gevallen was had hij nog geleefd. Ik was een moordenaar. Ik heb mijn eigen kind vermoord. Ik wilde niet meer leven. Wie kon nou leven met de gedachte aan je dode kind. Ik ging de hoge bergen weer in. Om naar beneden te springen. een eind te maken aan mijn leven. Maar toen ik er stond kwam zei: Schemer. De hield me tegen. Bleef bij me, steunde me waar het nodig was. En zijn samen hier, in Blue Moon Horses beland.

Ik geloof in mezelf, ik weet wat ik doe. Maar dat zegt niet dat ik mezelf niet haat. Mijn naam was mijn waarde. Mijn was het enige waar ik mijn moeder dankbaar voor ben. Dat ze een naam naar waarde heeft gegeven, aan een moordenaar, een monster als ik.

When you're the one
without any kind of luck

Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. zo 9 sep 2012 - 19:46

kayleigh

Life in not measured by the breathes we take
but the moments, that take our breath away


Chicken ham hock andouille, hamburger corned beef leberkas fatback strip steak pork chop. T-bone ground round jowl bresaola, beef cow pork loin beef ribs jerky swine. Salami jerky swine, turducken venison meatloaf biltong prosciutto pig capicola shankle short ribs ball tip brisket. Hamburger kielbasa tail jowl turducken, spare ribs chuck andouille strip steak drumstick shankle boudin. Tenderloin filet mignon sausage beef prosciutto, bacon pork belly cow. Pork chop bresaola ground round strip steak, pork pork belly tenderloin fatback turducken jerky beef pork loin swine ham tongue. Beef ball tip venison drumstick capicola.

Speck jowl pastrami, spare ribs pancetta prosciutto flank pork loin swine turkey cow. Strip steak frankfurter bacon ham hock, cow tail capicola short loin. Beef ribs beef boudin short loin jerky, pork loin pancetta hamburger ham hock short ribs sirloin strip steak. Beef ribs bacon short ribs, fatback kielbasa chuck salami sausage biltong rump prosciutto t-bone tail beef. Frankfurter beef drumstick bacon pancetta bresaola filet mignon. Kielbasa boudin ball tip frankfurter, salami drumstick sausage pancetta andouille shoulder leberkas.

Speck jowl pastrami, spare ribs pancetta prosciutto flank pork loin swine turkey cow. Strip steak frankfurter bacon ham hock, cow tail capicola short loin. Beef ribs beef boudin short loin jerky, pork loin pancetta hamburger ham hock short ribs sirloin strip steak. Beef ribs bacon short ribs, fatback kielbasa chuck salami sausage biltong rump prosciutto t-bone tail beef. Frankfurter beef drumstick bacon pancetta bresaola filet mignon. Kielbasa boudin ball tip frankfurter, salami drumstick sausage pancetta andouille shoulder leberkas.

Speck jowl pastrami, spare ribs pancetta prosciutto flank pork loin swine turkey cow. Strip steak frankfurter bacon ham hock, cow tail capicola short loin. Beef ribs beef boudin short loin jerky, pork loin pancetta hamburger ham hock short ribs sirloin strip steak. Beef ribs bacon short ribs, fatback kielbasa chuck salami sausage biltong rump prosciutto t-bone tail beef. Frankfurter beef drumstick bacon pancetta bresaola filet mignon. Kielbasa boudin ball tip frankfurter, salami drumstick sausage pancetta andouille shoulder leberkas.

when your the one without any kind of luck


Laatst aangepast door pipvl op wo 26 sep 2012 - 18:22; in totaal 4 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. di 11 sep 2012 - 16:25

treasure

It's not the load that breaks you down,
it's the way you carry it.



Sokkepoot( Of Sok ) is een jonge merrie die geen sprankje geluk in haar leven heeft gehad. Ze is een merrie rond haar zevende levensjaar. Buckskin roan. Ze heeft een smalle onderbroken bles. Met de helder blauwe ogen van haar moeder, Delaney
Vroeger was ik een lieve merrie geweest. Diep van binnen. Ik heb het nooit kunnen uiten aangezien het nooit van me gevraagd werd. In de loop van de jaren ben ik veranderd in een harde merrie. Voor mezelf maar ook voor andere. Toch heb ik nog altijd mijn vechtlust. Vertrouwen in mezelf is er, maar dat zegt niet dat ik mezelf niets waard vind. Ik zie mezelf als een mislukkeling, neem alles mezelf kwalijk. Maar toch ben ik ben ik een dappere merrie, die zover mogelijk een positieve kijk op het leven heeft. Niet opzichzelf, maar op het leven.

Je kon mijn verleden op verschillende manieren bekijken. Wanneer ik het vertelde aan andere stonden ze achter mij. maar desondanks bleef ik het mezelf kwalijk nemen, dat het zo is gelopen. Ik werd zo'n 7 lentes geleden geboren in een plekje waarvan ik de naam niet weet. Een kudde waarvan ik haast niemand kende. Het waren de details die ik nog weet. De helder blauwe ogen van mijn moeder, de vuurvliegen die mijn natte vacht verlichtte bij mijn geboorte. De stem van mijn moeder. Niet dat hij fijn klonk. Eerder alsof ze over me heen wilde kotsen. Ze sprak enkel mijn naam uit en trok me overeind. Ze nam me mee naar een hengst. Waarna ik haar naam hoorde uit zijn mond: Delaney. En de mijne: Sokkepoot. Zijn stem had niet veel enthousiaster geklonken. Maar toen ging ze weg ik bleef bij hem, Mijn vader.

Hij hield niet echt van me en deed enkel wat van hem verwacht werd. De manier op was anders. Hij was altijd bot en koud. Maar hij leerde me wel de levenslessen. Leerde me de harde kant van de wereld zien. Iets wat van groot belang was. Je deed het immers met kennis in je leven, niet met liefde. Achteraf heb ik gemerkt hoe groot mijn verlangen was geweest naar een vader persoon. om net als de andere veulens -waar ik niet naartoe mocht- trots tegen mijn sterke vader aan te lopen en te kunnen opscheppen hoe sterk mijn vader is. nee, hij was de complete hel. In de tijd dat hij me niet dingen op een koude manier uitlegde gebruikte hij me waar hij kon. Liet me nare klussen voor hem doen.

Na twee jaar kwam hij naar me toe. Ik hoor zijn woorden nog. Zijn koude toon. "Ik heb je alles geleerd was ik weet. Ga weg, ik wil je niet, laat je hier nooit meer zien". Ik weet niet of ik blij moest zijn dat ik uit mijn leiden verlost was. nee, het voelde eerder alsof er een gat door je hart werd geschoten. Ik had zo mijn best gedaan. Alles gegeven om ooit zijn hart te winnen maar hij stuurde me weg. Zomaar. Ik wist niet wat ik moest. Waarheen ik moest gaan. of wat ik moest doen. Het was vreselijk. Ik voelde me als een klein veulen tussen een kudde grote shires. Het was kortom vreselijk. Ik nam het mezelf kwalijk, en nu nog steeds. Ik had beter mijn best moeten doen. Dan had ik misschien nu naast een vader gelegen van wie ik hield dan hier, in het koude bos van Blue Moon Horses. Ik weet dagen waren, ik denk weken, maar misschien waren het maanden. Dat ik rond zwerfde. Niets wetend waarheen. Maar toch leerde ik mezelf kennen. Ik was geen lieve, zoete merrie. Ik was een hard, strijdlustig monster. Niemand zal deze gedachte ooit van me kunnen afnemen. Het was litteken op mijn schouder dat het me eraan liet herinneren. Het litteken dat me vader had gegeven.

Na die dagen, weken of maanden dat ik mezelf leerde kennen kwam ik aan op een plek waar ik de naam niet van weet. In een kudde van paarden waarvan ik er één kenden Elibrea. Er had een rilling over mijn rug gelopen, de eerst keer dat ik hem zag. Zijn uiterlijk was kortom, kwetsend en hard geweest. misschien het gene wat me gelijk er tijd ook aan trok. Hij was kortom de kant die ik van binnen was. Ondanks ik wist dat niemand te vertrouwen was verloor ik mezelf. Verblind door liefde en vertrouwen. Had mijn vade dan niet gelijk over vertrouwen, en liefde. Dat het niet echt bestond? Hij dekte me en ik leek een geschenk van de hemel te hebben gekregen. Ik wist het zeker. Mijn vader had het mis, liefde en vertrouwen hoort wél bij het leven. Alles leek goed te komen. De nare jaren uit mijn leven leken in het stof opgegaan. Alles ging perfect. Ik hield van hem, hij van mij. maar toen was er ene dag. Die ene val.

Hij nam me mee, de bergen in, hoog. Zoals ik al zei was ik letterlijk verblind door liefde. Ik volgde hem. Hij wilde me iets laten zien. iets zo mooi dat niet met woorden te beschrijven was. Ik geloofde hem, echt waar. En toen die rotsblok die van zijn plek kwam. De grond onder mijn voeten die weggleed. De vreselijke hoogte van vallen gevolgd door de klap waardoor mijn zicht zwart werd en mijn oren begonnen te piepen. Door het nare gepiep heen hoorde ik hem. Zijn angstige geschreeuw. Ik zag hem voor mijn ogen flitsen. Ik probeerde te antwoorden dat hij me kwam halen. Maar het lukte niet. Ik kon het niet. En plotseling enkel nog het gepiep. Hij was weg. Had me achtergelaten. Voor dood. Het waren weken die ik nodig had te herstellen. Wanneer ik sterk genoeg was om hem op te zoeken zag ik hem, niet alleen. Hij dekte de eerste merrie die hij tegenkwam. Mijn wereld stortte in. Mijn vader had gelijk, paarden waren niet te vertrouwen. Het enige waar ik hem nu dankbaar voor ben. Dat zijn lessen waarheid waren. Ik geloof er heilig in dat god dit zo heeft gedaan om me te laten zien dat mijn vader gelijk had. Dat ik hem niet moest vergeten.

Ik leerde leven op de gedachte dat ik nog een souvenir had naast mijn littekens aan Elib. Het veulen dat in mijn buik groeide. Mijn laatste hoop, mijn laatste houvast. Al was ik een wrak. Maar het veulen werd dood geboren. Het was vreselijk. Door de val had hij het niet overleeft. Als ik niet gevallen was had hij nog geleefd. Ik was een moordenaar. Ik heb mijn eigen kind vermoord. Ik wilde niet meer leven. Wie kon nou leven met de gedachte aan je dode kind. Ik ging de hoge bergen weer in. Om naar beneden te springen. een eind te maken aan mijn leven. Maar toen ik er stond kwam zei: Schemer. De hield me tegen. Bleef bij me, steunde me waar het nodig was. En zijn samen hier, in Blue Moon Horses beland.

Ik geloof in mezelf, ik weet wat ik doe. Maar dat zegt niet dat ik mezelf niet haat. Mijn naam was mijn waarde. Mijn was het enige waar ik mijn moeder dankbaar voor ben. Dat ze een naam naar waarde heeft gegeven, aan een moordenaar, een monster als ik.



What's meant to be will always find a way
manipulation by perfectperfection



Laatst aangepast door pipvl op wo 26 sep 2012 - 18:22; in totaal 3 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. zo 23 sep 2012 - 21:20

alézna

Not all of us can do great things.
But we can do small things with great love.


Ik trok mijn jonge lichaam traag vooruit over de bloemenvelden van Anderfalls. Ik had mezelf zo stoer gevonden toen ik zelf mocht lopen. Weg mocht gaan zonder toeziend oog van moeder. Maar bij nader inzien is het allemaal niet zo heel interessant, het was zelfs bijna saai. Alle paarden wilde alleen stom grazen in hun eeuwige kudde. Niemand die met je op avontuur wil . Alleen mijn zusje dan, Aleydis. Maar ook die was op zichzelf bluemoonhorses aan het onderzoeken. Ik schudde mijn donkere manen door elkaar. De gele hibiscusbloem die mijn moeder erin had geweven viel perfect met de plukken mee. Mijn ogen in mijn perfect gevormde hoofd keken vrolijk rond.

Maar al snel was duidelijk genoeg dat zoals altijd in deze kudde vol bejaarde weinig te beleven was. Mijn huid glansde in de laatste zomerzon die mijn vacht verlichtte. Mijn spieren rolde onder mijn vacht wanneer ik mijn lichaam verder voort bewoog. Wanneer ik in de schaduw van de bomen het zwarte lichaam van een paard zie kijk ik verrast op. Mijn mondhoeken gleden waterig omhoog. Terwijl ik hem vaag begroette met mijn vage glimlach.

    occ; Flight only

Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. za 6 okt 2012 - 17:57


ossyrok
But I have grown too strong
To ever fall back in your arms

Toekomstig charrie <3
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. do 11 okt 2012 - 20:38

pipvl schreef:

ossyrok

BUT I HAVE GROWN TOO STRONG
TO EVER FALL BACK IN YOUR ARMS

    history
Bij mijn geboorte stierf mijn moeder af vroeg aan een pijnlijke en langzame dood. Ik ben haar verloren voor ik ook maar haar naam had gehoord. Haar stem iets had horen zeggen of ook maar één keer tegen haar borst aan gelegen te hebben. En wie mijn vader is heb ik nooit geweten en zal ik waarschijnlijk ook nooit weten. Ik heb geen idee wie mijn ouders zijn of hoe ik ze kan noemen. Wel weet ik nog het moment dat de lieve vriendelijke merrie zich over me heen boog. Haar vriendelijke ogen. Het was de Beta merrie, ze ging met de alpha hengst van de kudde. Ze waren ‘het’ koppel van de kudde. Het leiderskoppel.

De Beta was onvruchtbaar en kon nooit het veulen krijgen waar ze zo op had gehoopt. Maar ze vond mij. Ze voedde me op. Ze voelde als mijn moeder. Ze was altijd bij me. Ik was heilig. Ik werd aanbeden. En niemand die ook maar bij me in de buurt durfde te komen, bang dat de Beta, mijn moeder, ze zou pakken omdat ze me ‘pijn’ zouden doen. Ik hield van haar, ik had ene jeugd als waar elk paard van zou dromen. Maar ik voelde eenzaam. Maar ik was niet de enige. De Alpha, de hengst van mijn ‘moeder’ werd jaloers. Jaloers op de aandacht die ik van haar kreeg.

Op een dag bedacht hij dé manier weer vrolijk met mijn moeder samen te leven. Hij kwam naar me toe en sprak de woorden ” Ik ben je vader, mijn jongen” loog hij. Hij hoopte dat de mijn moeder samen met hem een gezin wilde starten, gelukkig wilde zijn. Maar het liep anders. Ze was woedend. De hengst die haar eeuwig trouw zal zijn was vreemd gegaan. Had een veulen. Ze geloofde hem. Maar het verliep niet zo als zij wilde. Het maakte hem woedend. Ik had de liefde tussen de leiders kapot gemaakt. Hij verbande me.

Ik wist niet wat ik moest. Ik moest voor mezelf zorgen. Maar ik kon het niet. Ik was altijd verzorgd en wist niet hoe het leven eigenlijk was. Hoe de wereld eruitzag. Het was alsof ik eindelijk geboren werd. Maar al snel kwam ik achter de gevaren waarvoor ik beschermd was. Ik werd gepakt door een bergleeuw. De bergleeuw die waakte over zijn gebied. Aan hem heb ik enkele littekens te danken en mijn halfblinde rechteroog. Over het algemeen was het niet belangrijke gebeurtenis. Maar het was het gevolg erop. Ik was bang. Ik wist niet hoe een normaal paard veilig kon leven. Ik wilde veilig leven maar had nooit gehoord hoe. De jaren vlogen voorbij en ik groeide op tot de 9-jarige hengst die ik nu ben. Volwassen. Ik wist grotendeels hoe ik moest leven maar ik was anders. Bitter, misschien zelfs wel nors. Ik heb mijn comfort zone waar ik niet buiten durf te komen. Gevangen in mijn diepste angsten, onopgevoed, ongetemd. Ondanks mijn volwassenheid. Je zal het niet zo benoemen als je me zal zien. Maar zo ben ik wel.
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. zo 20 jan 2013 - 21:52

ossyrok

Not all of us can do great things.
But we can do small things with great love.



Sokkepoot( Of Sok ) is een jonge merrie die geen sprankje geluk in haar leven heeft gehad. Ze is een merrie rond haar zevende levensjaar. Buckskin roan. Ze heeft een smalle onderbroken bles. Met de helder blauwe ogen van haar moeder, Delaney
Vroeger was ik een lieve merrie geweest. Diep van binnen. Ik heb het nooit kunnen uiten aangezien het nooit van me gevraagd werd. In de loop van de jaren ben ik veranderd in een harde merrie. Voor mezelf maar ook voor andere. Toch heb ik nog altijd mijn vechtlust. Vertrouwen in mezelf is er, maar dat zegt niet dat ik mezelf niets waard vind. Ik zie mezelf als een mislukkeling, neem alles mezelf kwalijk. Maar toch ben ik ben ik een dappere merrie, die zover mogelijk een positieve kijk op het leven heeft. Niet opzichzelf, maar op het leven.

Je kon mijn verleden op verschillende manieren bekijken. Wanneer ik het vertelde aan andere stonden ze achter mij. maar desondanks bleef ik het mezelf kwalijk nemen, dat het zo is gelopen. Ik werd zo'n 7 lentes geleden geboren in een plekje waarvan ik de naam niet weet. Een kudde waarvan ik haast niemand kende. Het waren de details die ik nog weet. De helder blauwe ogen van mijn moeder, de vuurvliegen die mijn natte vacht verlichtte bij mijn geboorte. De stem van mijn moeder. Niet dat hij fijn klonk. Eerder alsof ze over me heen wilde kotsen. Ze sprak enkel mijn naam uit en trok me overeind. Ze nam me mee naar een hengst. Waarna ik haar naam hoorde uit zijn mond: Delaney. En de mijne: Sokkepoot. Zijn stem had niet veel enthousiaster geklonken. Maar toen ging ze weg ik bleef bij hem, Mijn vader.

Hij hield niet echt van me en deed enkel wat van hem verwacht werd. De manier op was anders. Hij was altijd bot en koud. Maar hij leerde me wel de levenslessen. Leerde me de harde kant van de wereld zien. Iets wat van groot belang was. Je deed het immers met kennis in je leven, niet met liefde. Achteraf heb ik gemerkt hoe groot mijn verlangen was geweest naar een vader persoon. om net als de andere veulens -waar ik niet naartoe mocht- trots tegen mijn sterke vader aan te lopen en te kunnen opscheppen hoe sterk mijn vader is. nee, hij was de complete hel. In de tijd dat hij me niet dingen op een koude manier uitlegde gebruikte hij me waar hij kon. Liet me nare klussen voor hem doen.

Na twee jaar kwam hij naar me toe. Ik hoor zijn woorden nog. Zijn koude toon. "Ik heb je alles geleerd was ik weet. Ga weg, ik wil je niet, laat je hier nooit meer zien". Ik weet niet of ik blij moest zijn dat ik uit mijn leiden verlost was. nee, het voelde eerder alsof er een gat door je hart werd geschoten. Ik had zo mijn best gedaan. Alles gegeven om ooit zijn hart te winnen maar hij stuurde me weg. Zomaar. Ik wist niet wat ik moest. Waarheen ik moest gaan. of wat ik moest doen. Het was vreselijk. Ik voelde me als een klein veulen tussen een kudde grote shires. Het was kortom vreselijk. Ik nam het mezelf kwalijk, en nu nog steeds. Ik had beter mijn best moeten doen. Dan had ik misschien nu naast een vader gelegen van wie ik hield dan hier, in het koude bos van Blue Moon Horses. Ik weet dagen waren, ik denk weken, maar misschien waren het maanden. Dat ik rond zwerfde. Niets wetend waarheen. Maar toch leerde ik mezelf kennen. Ik was geen lieve, zoete merrie. Ik was een hard, strijdlustig monster. Niemand zal deze gedachte ooit van me kunnen afnemen. Het was litteken op mijn schouder dat het me eraan liet herinneren. Het litteken dat me vader had gegeven.

Na die dagen, weken of maanden dat ik mezelf leerde kennen kwam ik aan op een plek waar ik de naam niet van weet. In een kudde van paarden waarvan ik er één kenden Elibrea. Er had een rilling over mijn rug gelopen, de eerst keer dat ik hem zag. Zijn uiterlijk was kortom, kwetsend en hard geweest. misschien het gene wat me gelijk er tijd ook aan trok. Hij was kortom de kant die ik van binnen was. Ondanks ik wist dat niemand te vertrouwen was verloor ik mezelf. Verblind door liefde en vertrouwen. Had mijn vade dan niet gelijk over vertrouwen, en liefde. Dat het niet echt bestond? Hij dekte me en ik leek een geschenk van de hemel te hebben gekregen. Ik wist het zeker. Mijn vader had het mis, liefde en vertrouwen hoort wél bij het leven. Alles leek goed te komen. De nare jaren uit mijn leven leken in het stof opgegaan. Alles ging perfect. Ik hield van hem, hij van mij. maar toen was er ene dag. Die ene val.

Hij nam me mee, de bergen in, hoog. Zoals ik al zei was ik letterlijk verblind door liefde. Ik volgde hem. Hij wilde me iets laten zien. iets zo mooi dat niet met woorden te beschrijven was. Ik geloofde hem, echt waar. En toen die rotsblok die van zijn plek kwam. De grond onder mijn voeten die weggleed. De vreselijke hoogte van vallen gevolgd door de klap waardoor mijn zicht zwart werd en mijn oren begonnen te piepen. Door het nare gepiep heen hoorde ik hem. Zijn angstige geschreeuw. Ik zag hem voor mijn ogen flitsen. Ik probeerde te antwoorden dat hij me kwam halen. Maar het lukte niet. Ik kon het niet. En plotseling enkel nog het gepiep. Hij was weg. Had me achtergelaten. Voor dood. Het waren weken die ik nodig had te herstellen. Wanneer ik sterk genoeg was om hem op te zoeken zag ik hem, niet alleen. Hij dekte de eerste merrie die hij tegenkwam. Mijn wereld stortte in. Mijn vader had gelijk, paarden waren niet te vertrouwen. Het enige waar ik hem nu dankbaar voor ben. Dat zijn lessen waarheid waren. Ik geloof er heilig in dat god dit zo heeft gedaan om me te laten zien dat mijn vader gelijk had. Dat ik hem niet moest vergeten.

Ik leerde leven op de gedachte dat ik nog een souvenir had naast mijn littekens aan Elib. Het veulen dat in mijn buik groeide. Mijn laatste hoop, mijn laatste houvast. Al was ik een wrak. Maar het veulen werd dood geboren. Het was vreselijk. Door de val had hij het niet overleeft. Als ik niet gevallen was had hij nog geleefd. Ik was een moordenaar. Ik heb mijn eigen kind vermoord. Ik wilde niet meer leven. Wie kon nou leven met de gedachte aan je dode kind. Ik ging de hoge bergen weer in. Om naar beneden te springen. een eind te maken aan mijn leven. Maar toen ik er stond kwam zei: Schemer. De hield me tegen. Bleef bij me, steunde me waar het nodig was. En zijn samen hier, in Blue Moon Horses beland.

Ik geloof in mezelf, ik weet wat ik doe. Maar dat zegt niet dat ik mezelf niet haat. Mijn naam was mijn waarde. Mijn was het enige waar ik mijn moeder dankbaar voor ben. Dat ze een naam naar waarde heeft gegeven, aan een moordenaar, een monster als ik.





Laatst aangepast door pipvl op di 22 jan 2013 - 20:33; in totaal 5 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. zo 20 jan 2013 - 21:58

Spoiler:
 


Laatst aangepast door pipvl op ma 21 jan 2013 - 16:30; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
Pip
Editor
avatar

Profile
Number of posts : 2407
Status : Active


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty. ma 21 jan 2013 - 16:29



Ossyrok
I've grown to strong
to ever fall back in your arms


Sokkepoot( Of Sok ) is een jonge merrie die geen sprankje geluk in haar leven heeft gehad. Ze is een merrie rond haar zevende levensjaar. Buckskin roan. Ze heeft een smalle onderbroken bles. Met de helder blauwe ogen van haar moeder, Delaney
Vroeger was ik een lieve merrie geweest. Diep van binnen. Ik heb het nooit kunnen uiten aangezien het nooit van me gevraagd werd. In de loop van de jaren ben ik veranderd in een harde merrie. Voor mezelf maar ook voor andere. Toch heb ik nog altijd mijn vechtlust. Vertrouwen in mezelf is er, maar dat zegt niet dat ik mezelf niets waard vind. Ik zie mezelf als een mislukkeling, neem alles mezelf kwalijk. Maar toch ben ik ben ik een dappere merrie, die zover mogelijk een positieve kijk op het leven heeft. Niet opzichzelf, maar op het leven.

Je kon mijn verleden op verschillende manieren bekijken. Wanneer ik het vertelde aan andere stonden ze achter mij. maar desondanks bleef ik het mezelf kwalijk nemen, dat het zo is gelopen. Ik werd zo'n 7 lentes geleden geboren in een plekje waarvan ik de naam niet weet. Een kudde waarvan ik haast niemand kende. Het waren de details die ik nog weet. De helder blauwe ogen van mijn moeder, de vuurvliegen die mijn natte vacht verlichtte bij mijn geboorte. De stem van mijn moeder. Niet dat hij fijn klonk. Eerder alsof ze over me heen wilde kotsen. Ze sprak enkel mijn naam uit en trok me overeind. Ze nam me mee naar een hengst. Waarna ik haar naam hoorde uit zijn mond: Delaney. En de mijne: Sokkepoot. Zijn stem had niet veel enthousiaster geklonken. Maar toen ging ze weg ik bleef bij hem, Mijn vader.

Hij hield niet echt van me en deed enkel wat van hem verwacht werd. De manier op was anders. Hij was altijd bot en koud. Maar hij leerde me wel de levenslessen. Leerde me de harde kant van de wereld zien. Iets wat van groot belang was. Je deed het immers met kennis in je leven, niet met liefde. Achteraf heb ik gemerkt hoe groot mijn verlangen was geweest naar een vader persoon. om net als de andere veulens -waar ik niet naartoe mocht- trots tegen mijn sterke vader aan te lopen en te kunnen opscheppen hoe sterk mijn vader is. nee, hij was de complete hel. In de tijd dat hij me niet dingen op een koude manier uitlegde gebruikte hij me waar hij kon. Liet me nare klussen voor hem doen.

Na twee jaar kwam hij naar me toe. Ik hoor zijn woorden nog. Zijn koude toon. "Ik heb je alles geleerd was ik weet. Ga weg, ik wil je niet, laat je hier nooit meer zien". Ik weet niet of ik blij moest zijn dat ik uit mijn leiden verlost was. nee, het voelde eerder alsof er een gat door je hart werd geschoten. Ik had zo mijn best gedaan. Alles gegeven om ooit zijn hart te winnen maar hij stuurde me weg. Zomaar. Ik wist niet wat ik moest. Waarheen ik moest gaan. of wat ik moest doen. Het was vreselijk. Ik voelde me als een klein veulen tussen een kudde grote shires. Het was kortom vreselijk. Ik nam het mezelf kwalijk, en nu nog steeds. Ik had beter mijn best moeten doen. Dan had ik misschien nu naast een vader gelegen van wie ik hield dan hier, in het koude bos van Blue Moon Horses. Ik weet dagen waren, ik denk weken, maar misschien waren het maanden. Dat ik rond zwerfde. Niets wetend waarheen. Maar toch leerde ik mezelf kennen. Ik was geen lieve, zoete merrie. Ik was een hard, strijdlustig monster. Niemand zal deze gedachte ooit van me kunnen afnemen. Het was litteken op mijn schouder dat het me eraan liet herinneren. Het litteken dat me vader had gegeven.

Na die dagen, weken of maanden dat ik mezelf leerde kennen kwam ik aan op een plek waar ik de naam niet van weet. In een kudde van paarden waarvan ik er één kenden Elibrea. Er had een rilling over mijn rug gelopen, de eerst keer dat ik hem zag. Zijn uiterlijk was kortom, kwetsend en hard geweest. misschien het gene wat me gelijk er tijd ook aan trok. Hij was kortom de kant die ik van binnen was. Ondanks ik wist dat niemand te vertrouwen was verloor ik mezelf. Verblind door liefde en vertrouwen. Had mijn vade dan niet gelijk over vertrouwen, en liefde. Dat het niet echt bestond? Hij dekte me en ik leek een geschenk van de hemel te hebben gekregen. Ik wist het zeker. Mijn vader had het mis, liefde en vertrouwen hoort wél bij het leven. Alles leek goed te komen. De nare jaren uit mijn leven leken in het stof opgegaan. Alles ging perfect. Ik hield van hem, hij van mij. maar toen was er ene dag. Die ene val.

Hij nam me mee, de bergen in, hoog. Zoals ik al zei was ik letterlijk verblind door liefde. Ik volgde hem. Hij wilde me iets laten zien. iets zo mooi dat niet met woorden te beschrijven was. Ik geloofde hem, echt waar. En toen die rotsblok die van zijn plek kwam. De grond onder mijn voeten die weggleed. De vreselijke hoogte van vallen gevolgd door de klap waardoor mijn zicht zwart werd en mijn oren begonnen te piepen. Door het nare gepiep heen hoorde ik hem. Zijn angstige geschreeuw. Ik zag hem voor mijn ogen flitsen. Ik probeerde te antwoorden dat hij me kwam halen. Maar het lukte niet. Ik kon het niet. En plotseling enkel nog het gepiep. Hij was weg. Had me achtergelaten. Voor dood. Het waren weken die ik nodig had te herstellen. Wanneer ik sterk genoeg was om hem op te zoeken zag ik hem, niet alleen. Hij dekte de eerste merrie die hij tegenkwam. Mijn wereld stortte in. Mijn vader had gelijk, paarden waren niet te vertrouwen. Het enige waar ik hem nu dankbaar voor ben. Dat zijn lessen waarheid waren. Ik geloof er heilig in dat god dit zo heeft gedaan om me te laten zien dat mijn vader gelijk had. Dat ik hem niet moest vergeten.

Ik leerde leven op de gedachte dat ik nog een souvenir had naast mijn littekens aan Elib. Het veulen dat in mijn buik groeide. Mijn laatste hoop, mijn laatste houvast. Al was ik een wrak. Maar het veulen werd dood geboren. Het was vreselijk. Door de val had hij het niet overleeft. Als ik niet gevallen was had hij nog geleefd. Ik was een moordenaar. Ik heb mijn eigen kind vermoord. Ik wilde niet meer leven. Wie kon nou leven met de gedachte aan je dode kind. Ik ging de hoge bergen weer in. Om naar beneden te springen. een eind te maken aan mijn leven. Maar toen ik er stond kwam zei: Schemer. De hield me tegen. Bleef bij me, steunde me waar het nodig was. En zijn samen hier, in Blue Moon Horses beland.

Ik geloof in mezelf, ik weet wat ik doe. Maar dat zegt niet dat ik mezelf niet haat. Mijn naam was mijn waarde. Mijn was het enige waar ik mijn moeder dankbaar voor ben. Dat ze een naam naar waarde heeft gegeven, aan een moordenaar, een monster als ik.



























Ossyrok
I've grown to strong
to ever fall back in your arms


Sokkepoot( Of Sok ) is een jonge merrie die geen sprankje geluk in haar leven heeft gehad. Ze is een merrie rond haar zevende levensjaar. Buckskin roan. Ze heeft een smalle onderbroken bles. Met de helder blauwe ogen van haar moeder, Delaney
Vroeger was ik een lieve merrie geweest. Diep van binnen. Ik heb het nooit kunnen uiten aangezien het nooit van me gevraagd werd. In de loop van de jaren ben ik veranderd in een harde merrie. Voor mezelf maar ook voor andere. Toch heb ik nog altijd mijn vechtlust. Vertrouwen in mezelf is er, maar dat zegt niet dat ik mezelf niets waard vind. Ik zie mezelf als een mislukkeling, neem alles mezelf kwalijk. Maar toch ben ik ben ik een dappere merrie, die zover mogelijk een positieve kijk op het leven heeft. Niet opzichzelf, maar op het leven.

Je kon mijn verleden op verschillende manieren bekijken. Wanneer ik het vertelde aan andere stonden ze achter mij. maar desondanks bleef ik het mezelf kwalijk nemen, dat het zo is gelopen. Ik werd zo'n 7 lentes geleden geboren in een plekje waarvan ik de naam niet weet. Een kudde waarvan ik haast niemand kende. Het waren de details die ik nog weet. De helder blauwe ogen van mijn moeder, de vuurvliegen die mijn natte vacht verlichtte bij mijn geboorte. De stem van mijn moeder. Niet dat hij fijn klonk. Eerder alsof ze over me heen wilde kotsen. Ze sprak enkel mijn naam uit en trok me overeind. Ze nam me mee naar een hengst. Waarna ik haar naam hoorde uit zijn mond: Delaney. En de mijne: Sokkepoot. Zijn stem had niet veel enthousiaster geklonken. Maar toen ging ze weg ik bleef bij hem, Mijn vader.

Hij hield niet echt van me en deed enkel wat van hem verwacht werd. De manier op was anders. Hij was altijd bot en koud. Maar hij leerde me wel de levenslessen. Leerde me de harde kant van de wereld zien. Iets wat van groot belang was. Je deed het immers met kennis in je leven, niet met liefde. Achteraf heb ik gemerkt hoe groot mijn verlangen was geweest naar een vader persoon. om net als de andere veulens -waar ik niet naartoe mocht- trots tegen mijn sterke vader aan te lopen en te kunnen opscheppen hoe sterk mijn vader is. nee, hij was de complete hel. In de tijd dat hij me niet dingen op een koude manier uitlegde gebruikte hij me waar hij kon. Liet me nare klussen voor hem doen.

Na twee jaar kwam hij naar me toe. Ik hoor zijn woorden nog. Zijn koude toon. "Ik heb je alles geleerd was ik weet. Ga weg, ik wil je niet, laat je hier nooit meer zien". Ik weet niet of ik blij moest zijn dat ik uit mijn leiden verlost was. nee, het voelde eerder alsof er een gat door je hart werd geschoten. Ik had zo mijn best gedaan. Alles gegeven om ooit zijn hart te winnen maar hij stuurde me weg. Zomaar. Ik wist niet wat ik moest. Waarheen ik moest gaan. of wat ik moest doen. Het was vreselijk. Ik voelde me als een klein veulen tussen een kudde grote shires. Het was kortom vreselijk. Ik nam het mezelf kwalijk, en nu nog steeds. Ik had beter mijn best moeten doen. Dan had ik misschien nu naast een vader gelegen van wie ik hield dan hier, in het koude bos van Blue Moon Horses. Ik weet dagen waren, ik denk weken, maar misschien waren het maanden. Dat ik rond zwerfde. Niets wetend waarheen. Maar toch leerde ik mezelf kennen. Ik was geen lieve, zoete merrie. Ik was een hard, strijdlustig monster. Niemand zal deze gedachte ooit van me kunnen afnemen. Het was litteken op mijn schouder dat het me eraan liet herinneren. Het litteken dat me vader had gegeven.

Na die dagen, weken of maanden dat ik mezelf leerde kennen kwam ik aan op een plek waar ik de naam niet van weet. In een kudde van paarden waarvan ik er één kenden Elibrea. Er had een rilling over mijn rug gelopen, de eerst keer dat ik hem zag. Zijn uiterlijk was kortom, kwetsend en hard geweest. misschien het gene wat me gelijk er tijd ook aan trok. Hij was kortom de kant die ik van binnen was. Ondanks ik wist dat niemand te vertrouwen was verloor ik mezelf. Verblind door liefde en vertrouwen. Had mijn vade dan niet gelijk over vertrouwen, en liefde. Dat het niet echt bestond? Hij dekte me en ik leek een geschenk van de hemel te hebben gekregen. Ik wist het zeker. Mijn vader had het mis, liefde en vertrouwen hoort wél bij het leven. Alles leek goed te komen. De nare jaren uit mijn leven leken in het stof opgegaan. Alles ging perfect. Ik hield van hem, hij van mij. maar toen was er ene dag. Die ene val.

Hij nam me mee, de bergen in, hoog. Zoals ik al zei was ik letterlijk verblind door liefde. Ik volgde hem. Hij wilde me iets laten zien. iets zo mooi dat niet met woorden te beschrijven was. Ik geloofde hem, echt waar. En toen die rotsblok die van zijn plek kwam. De grond onder mijn voeten die weggleed. De vreselijke hoogte van vallen gevolgd door de klap waardoor mijn zicht zwart werd en mijn oren begonnen te piepen. Door het nare gepiep heen hoorde ik hem. Zijn angstige geschreeuw. Ik zag hem voor mijn ogen flitsen. Ik probeerde te antwoorden dat hij me kwam halen. Maar het lukte niet. Ik kon het niet. En plotseling enkel nog het gepiep. Hij was weg. Had me achtergelaten. Voor dood. Het waren weken die ik nodig had te herstellen. Wanneer ik sterk genoeg was om hem op te zoeken zag ik hem, niet alleen. Hij dekte de eerste merrie die hij tegenkwam. Mijn wereld stortte in. Mijn vader had gelijk, paarden waren niet te vertrouwen. Het enige waar ik hem nu dankbaar voor ben. Dat zijn lessen waarheid waren. Ik geloof er heilig in dat god dit zo heeft gedaan om me te laten zien dat mijn vader gelijk had. Dat ik hem niet moest vergeten.

Ik leerde leven op de gedachte dat ik nog een souvenir had naast mijn littekens aan Elib. Het veulen dat in mijn buik groeide. Mijn laatste hoop, mijn laatste houvast. Al was ik een wrak. Maar het veulen werd dood geboren. Het was vreselijk. Door de val had hij het niet overleeft. Als ik niet gevallen was had hij nog geleefd. Ik was een moordenaar. Ik heb mijn eigen kind vermoord. Ik wilde niet meer leven. Wie kon nou leven met de gedachte aan je dode kind. Ik ging de hoge bergen weer in. Om naar beneden te springen. een eind te maken aan mijn leven. Maar toen ik er stond kwam zei: Schemer. De hield me tegen. Bleef bij me, steunde me waar het nodig was. En zijn samen hier, in Blue Moon Horses beland.

Ik geloof in mezelf, ik weet wat ik doe. Maar dat zegt niet dat ik mezelf niet haat. Mijn naam was mijn waarde. Mijn was het enige waar ik mijn moeder dankbaar voor ben. Dat ze een naam naar waarde heeft gegeven, aan een moordenaar, een monster als ik.


Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud



Profile


Contact
BerichtOnderwerp: Re: The distance of beauty.

Terug naar boven Go down

The distance of beauty.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 2 van 2Ga naar pagina : Vorige  1, 2

Soortgelijke onderwerpen

-
» Rainbow the beauty
» Zhao Lin, an Asian Beauty ( Please Reply)
» 110908 Sung Si Kyung Compliments Seo Hyun's Beauty
» 111021 Yoona chosen as best natural beauty in showbiz!
» Galaxy's beauty.....

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Blue Moon Horses ::  :: » Archive :: Drop-
» CHATBOX